4 maart 2021

“doordat onze Redder Christus Jezus is verschenen, Die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het Evangelie.” 2 Timotheüs 1:10

Als er één ding is wat een wantrouwend persoon angst aanjaagt is het ongetwijfeld de dood. De dood is overal aanwezig. Deze werkelijkheid is aanwezig in ons leven en is overal zichtbaar. Onze harten branden wanneer de dood een van onze familieleden of een van onze geliefden van ons scheidt. Maar wat voor een catastrofale realiteit zou de dood zijn als er niet de opstanding van de doden zou zijn en we zouden weten en geloven dat de na de dood tot stof vergaan?

Maar alle lof voor God, zijn wij gelovigen gezegend, want we leven niet langer met deze angst omdat we weten en geloven dat we met de dood niet vergaan. We geloven dat we deze staat van leven verlaten en in een nieuwe, oneindige staat van leven nieuw geboren worden. Wij geloven dat we een nieuw leven hebben, een vredige ochtendglorie na de donkere rampen. Ook al sterven duizenden gelovigen, wij geloven dat zij geboren zullen worden bij het aanbreken van een ander leven.

Dit geloof van ons heeft zijn eigen jaartal, deze overtuiging heeft zijn begin. Het was Christus die dit geloof inspireerde met Zijn leer en het bevestigde met Zijn opstanding.  De dood werd overwonnen door Jezus Christus. Door Zijn kracht, Zijn opstanding, werden de boeien van de dood verbroken en werd de dood met alle bedreigingen van dien verzwakt, en door Jezus Christus verscheen het eeuwige leven. Bij het aanbreken van elke nieuwe dag, hebben wij door Jezus nieuwe inspiratie en hoop.

Alleen Christus, de Zoon van God, zou de verschrikkelijke ketenen van de dood kunnen doorbreken. Christus brak door lijden de ketenen van de dood, vernietigde ze door Zijn macht en vrede, verdreef de zware mist op het graf om het eeuwige leven daarna te laten zien. Hij werd opgewekt zonder geluid, zonder gefluister, zonder verdriet. Niemand hielp, niemand huilde, uiteindelijk overwon Jezus de dood volmaakt, omdat de dood Hem niets kon beroven, niets van de wonderbaarlijke bekwaamheden waarmee Jezus was bekleed, noch van Zijn wijsheid, noch van Zijn macht, noch van Zijn heerlijkheid, noch van Zijn goedheid. Na Zijn opstanding droeg Hij een kroon van licht, het teken van de eeuwige glorie, in plaats van een doornenkroon.

Dit is hoe Jezus de dood overwon, over het leven heerste en zijn beschermer werd. Hij werd de Heerser van het leven, het leven zelf, zoals Hij zei. “Ik ben de opstanding, het leven.” (Johannes 11:25). Dit leven dat in het Evangelie wordt verklaard, moet niet worden verward met het huidige leven.

Er is nog een leven dat Jezus ons laat zien als we voor een geopend graf staan, dat is het eeuwige leven, het ware hemelse leven. Het evangelie leert ons dat de mens niet is geboren voor deze wereld maar een hogere titel heeft, de volmaaktheid en deze volmaaktheid kan de mens alleen in geestelijke zin bereiken. Laten we daarom met apostel Paulus zeggen: “Onze Redder Christus Jezus is verschenen, heeft de dood vernietigd en heet het onvergankelijk leven doen oplichten door het Evangelie.” Ook wij kunnen nu worden verwijderd uit het lawaai van deze wereld en uit het diepste van ons hart roepen: “Dood waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” (1 Korintiërs 15:55).

Dus laten we het aan de hele wereld aankondigen. “Christus is opgestaan uit de dood”, laten we stellig geloven dat Jezus Christus de ketenen van de dood verbrak, de dood brak, met Zijn rustgevende opstanding de mist verdreef die zich op het graf had opgehoopt, is opgevaren naar de hemel en het leven en de onsterfelijkheid heeft verlicht. Gezegend is Zijn opstanding. Amen.

Evangelie: Markus 16:2-8

2Op de eerste dag van de ​week​ gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het ​graf. 3Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het ​graf​ wegrollen?’ 4Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5Toen ze het ​graf​ binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit ​Nazaret​ die gekruisigd is. Hij is ​opgewekt​ uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7Ga terug en zeg tegen zijn ​leerlingen​ en tegen ​Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

8Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het ​graf​ vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

 

 

11 maart 2021

Vandaag is het de herhaale Pasen, krknazadik, en wederom luidt het goede nieuws vanaf onze altaren: ‘Christus is verrezen uit de doden, voor jullie en ons groot nieuws.’

Als het licht van de verrezen Verlosser de geest van de mens raakt, gebeurt er iets mysterieus. De menselijke geest transfigureert, verandert van gedaante. Dit licht is niet te verbergen. Het straalt uit de ogen van de mens, uit iemands lach, uit iemands woorden en uiteraard daden. God schenkt Zijn leven gevende en heiligende licht niet alleen tijdens de viering van de heilige opstandig maar op iedere dag van het jaar, tijdens iedere Liturgie, tijdens ieder gebed, want de verlossende verrijzenis van de Heer is een voltooit feit. De Heilige Geest die altijd aanwezig is in de kerk, deelt dat licht met alle geesten die dorstig zijn. Die als zonnebloemen streven naar het licht van Christus, met heel hun hart.

Er is pas een week voorbij dat we de heilige Verrijzenis, Pasen, vierden en de boodschap van deze viering is nog vers in ons geheugen en de vreugde klopt in ons met iedere klopping van ons hart. Het bewustzijn dat onze God niet een afgod is, of een historisch, overleden leider is, of verdwenen figuur maar een glorieuze en eeuwige Koning is, Die verrezen is uit de doden en met Zijn glorieuze verrijzenis de dood en alle kwaad heeft overwonnen. Een God die tegelijk een eeuwig verzorgende Vader is, Die ons onverwoestbare geloof en onwrikbare vertrouwen schenkt. Dit geloof is niet de kennis dat wordt opgeslagen in ons hoofd waar het hart en de geest niet mee in gemeenschap zijn. Het werkelijke en eerlijke geloof is “een vaste grond van de dingen die men hoopt” (Hebreeën 11:1) en “bewijs van de zaken die men niet zien” (Hebreeën 11:1). Dit geloof wordt geboren in het hart van diegene die God zoekt en wanneer het de ware Bron ontdekt, verlaat het geloof nooit meer. Maar om het geloof brandend te houden en te vernieuwen moet er nieuwe hout op het vuur worden gestapeld. Ofwel moeite, werk en toewijding zijn nodig om het geloof te vernieuwen en dit met een levendig ijver, met een streven om God dichter te naderen en door hetgeen dat bereikt is te behouden.

Christus verschijnt een week na Zijn verrijzenis wederom in de bovenzaal, aan de apostelen die zich daar verzamelden. Dit keer vooral voor apostel Thomas, die tijdens de eerste verschijning van de verrezen Christus niet aanwezig was en sceptisch was toen zijn vrienden het nieuws aan hem vertelden. Thomas zei: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in Zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in Zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.” (Johannes 20:25). Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij Zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar Mijn handen, en leg je hand in Mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ (Johannes 20:26-29).

Wij behoren tot die groep gelukkigen, want wij hebben niet de geïncarneerde of verrezen Christus gezien met onze fysieke ogen maar we zijn leden van Zijn Kerk, we zijn opnieuw geboren door middel van de doop en zeggen: ‘Met geloof belijd ik.’ Wij hebben de verlichte, verrezen Christus niet gezien met onze fysieke ogen, hebben Zijn zoete stem niet gehoord, zijn geen getuige geweest van de genezing van de verlamde man (Lukas 2:1-12) of de melaatse man (Markus 1:40-45), of de opwekking van Lazarus (Johannes 11) of de dochter van Jaïrus (Markus 5:21-23). Wij zijn veel later geboren dan het aardse leven van de Heer en Zijn openlijke wonderen maar de Heilige Geest verricht dit allemaal in onze geest.

De boodschap van vandaag spoort ons aan om te denken en onszelf af te vragen of we in deze moeilijke tijden waarin de gehele mensheid de pandemie probeert te overleven, tijden waarin ons volk een oorlog en diens gevolgen meemaakt, geen openlijke wonderen hebben gezien? In deze tijden moeten we ons afvragen, geloven we echt in Christus? Vertrouwen we echt op Christus en in Zijn heilige Verrijzenis?

Dit zijn vragen die serieuze en eerlijke zelfreflectie vereisen en sporen ons aan om samen met de apostelen de Heer te vragen om ons geloof te vermeerderen (Lukas 17:5), want U bent het Licht dat op de wereld is gekomen opdat ieder die in U gelooft, niet in de duisternis blijft (Johannes 12:46). Moge de Heer, door de voorspraak van de heilige apostelen, luisteren naar onze smeekbedes en tijdens de tekortkomingen van onze geest ons bezoeken om ons gerust te stellen, kracht te geven, om onze twijfels weg te nemen en Zijn lichtgevende zegening van Zijn verrijzenis onuitputtelijk te houden gedurende alle dagen van ons leven en niet alleen tijdens de paasperiode.

Evangelie: Johannes 20:26-31

26Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’30Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

 

 

18 april 2021

Vandaag viert onze Moederkerk Wereldkapelzondag of de groene zondag, ter herdenking van ‘s werelds eerste kapel, de bovenzaal in Jeruzalem, die de voorloper is van alle apostolische kerken. Hier verzamelde Christus Zijn apostelen om het paasmaal met hen te delen en om het sacrament van de heilige Communie te vestigen door Zijn eigen Lichaam en Bloed te offeren als een nieuwtestamentische offer. Hier ontmoette Hij Zijn discipelen na Zijn opstanding en kondigde de overwinning van het leven aan. Hier ontvingen de volgelingen van Christus de Heilige Geest, Die hen altijd leidde, troostte, verbeterde, hielp en kracht gaf in de door God opgedragen werken die hen opgedragen werd door de verrezen en ten hemel gevaren Heer.

We hebben ook die bovenzaal, het huis van de Vader, waar de Geest altijd aanwezig is en waar de Zoon wacht om ieder van ons te ontmoeten. Elke zondag nodigt Christus, de Heer en Schepper Zelf, ons uit voor een samenkomst in het huis van zijn Vader. Elke zondag, elke liturgie. Je hebt iedere zondag een onschatbare kans om Christus elke zondag op zolder te ontmoeten. De kerk nodigt ons uit om ons geestelijk te verenigen met onze Schepper en Verlosser. Laten we dus eens nadenken over hoe we ons voorbereiden op die bijeenkomst. Onze deelname aan de liturgie zou moeten zijn met ontzag en opwinding om de Schepper van het universum te ontmoeten, met dankbaarheid en eerbied voor de Verlosser, met liefde en verlangen naar de Vader die ons eindeloos liefheeft en vergeeft, met het geloof dat het Lichaam en Bloed van Christus de grootste heiligheid ter wereld en de krachtigste balsem en zaligheid is. We moeten met oprecht berouw, soms met tranen, voorbereid zijn om de veelheid aan zonden van onze ziel te reinigen, zodat we het heiligdom niet onwaardig naderen. Zelfonderzoek en  berouw zuiveren onze ziel en brengt ons dichter bij God ․ “Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten” (Psalm 51:19, LXX 50:19), zegt de psalmist.

De Wereldkapelnodig nodigt ons uit om na te denken over de onschatbare waarde die de Heer ons heeft geschonken door het fundament van de kerk te vestigen, een plek waar we allemaal worden uitgenodigd om Hem te ontmoeten, om Zijn levengevende aanwezigheid te ervaren, om vervuld te worden met Zijn onuitputtelijke zegen, om de vrede te vestigen die Hij ons heeft gegeven, “zoals de wereld die niet geven kan” (Johannes 14:27). Laten we de door God gegeven kerk die ons gegeven is bewaren en koesteren, de kerk vullen met onze aanwezigheid, ons voorbereiden om God te ontmoeten door Zijn Sacramenten. Laten we leven en Gods gezegende aanwezigheid voelen in dit leven, ons voorbereiden op de wederkomst en de ontmoeting met de Heer , waarvan Hij zelf getuigde: “Ja, ik kom spoedig.” (Openbaring 10:20).

Evangelie: Markus 3:6-12

6De farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de herodianen overleggen hoe ze hem uit de weg zouden kunnen ruimen.

Jezus, de menigte en zijn leerlingen

7Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde hem. Ook uit Judea 8en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar hem toe, omdat ze hadden gehoord wat hij allemaal deed. 9Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. 10Allerlei zieken verdrongen zich om hem aan te raken, want hij had al veel mensen genezen. 11Telkens als de onreine geesten hem zagen, vielen ze voor hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie hij was.

 

 

25 april 2021

In de kalender van de Armeense Apostolische Kerk hebben de zondagen na het Heilig Pasen ieder een speciale benaming. De vierde zondag van Pasen heet Rood. Rood symboliseert het bloed van Christus dat is vergoten voor onze redding. Het is tevens een symbool van het heilige bloed van de slachtoffers die gemarteld zijn voor het geloof van de Kerk van Christus. In de vroege dagen van het christendom, toen christenen zwaar werden vervolgd, gaven velen er de voorkeur aan te sterven in plaats van hun geloof te verraden die door de geïncarneerde God, Christus, aan de mensheid was toevertrouwd. “Kostbaar is in de ogen van de HEERE de dood van Zijn gunstelingen.” (Psalm 116:15, LXX 115:15).

Maar tegenwoordig is er geen sprake van martelaarschap, bloedvergieten, dood, strijd en overwinning heeft een andere betekenis gekregen tegen zonde en kwaad. “Wees niet moe, wees niet ontmoedigd, u hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet”, zegt de heilige apostel Paulus (Hebreeën 12:3-4). En geeft alle christenen een boodschap mee: “Want wat Zijn sterven betreft, is Hij eens en voor altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 6:10-11).

Rood is over het algemeen een teken van strijd, een symbool van leven, strijd om het leven en overwinning. Een overwinning van de christelijke geest, maar vooral een overwinning van het christelijke gedachtegang. Een strijd om eigen plaats, positie en balans te behouden. Strijd om de nodige kracht en macht te hebben waarmee een christen in staat zal zijn om te vechten tegen de verderfelijke krachten die ons geestelijk leven dreigen te verstoren, verzwakken of doden.

Om een christen te zijn, moet je energie en ijverige en eerlijke strijdlust hebben. Je moet de nodige vechtlust hebben. Er is levend geloof nodig, een felle innerlijke strijd om van de opgebouwde verslavingen van het oude leven af te komen.

Rode zondag is een dag van herdenking van christelijke moed, en moed is het centrale punt van christelijke deugd. Dus de Rode Zondag herinnert ons eraan dat het christelijk leven een strijd is tegen het slechte en het kwaad.

Evangelie: Markus 4:26-34

26Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. 27Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, 28want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. 29En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze van de kwaal genezen was. 30Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’ 32Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. 33De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar hem toe en viel voor hem neer en vertelde hem de hele waarheid. 34Toen zei hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’