De Surp Badarak (Heilige Liturgie) is een eeuwen oude dienst met velen betekenissen. Hieronder staat een overzicht van de verschillende delen van de Surp Badarak. Klik erop en krijg er meer infromatie over.

 

‘Laten uw priesters zich kleden in gerechtigheid, uw getrouwen juichen van

vreugde.’ (Psalm 132:9).

Voordat de Badarak begint, maakt de priester zich klaar om de Badarak te leiden. Het klaarmaken wordt ‘het kleden’ genoemd. Zo staat dit stukje ook in de tijdlijn. Hier trekt hij zijn zwarte gewaad uit en trekt hij zijn Badarak kleding aan. Dit doet de priester om schoon voor God te staan tijdens de Badarak.

De priester bidt om zich spiritueel klaar te maken door psalmen en voorbereidende gebeden te zeggen. Bij elk kledingstuk heeft de priester een bijbehorend gebed in deze volgorde:

De tuniek: ‘Kleed mij, Heer, met het kledingstuk van redding en met het kleed van blijheid, en gordel mij met dit kledingstuk van redding.’

De stola: ‘Kleed mijn nek, o Heer, met rechtvaardigheid en reinig mijn hart van alle vuilheid van de zonde.’

De kraag: ‘Kleed mijn nek, o Heer, met rechtvaardigheid en reinig mijn hart  van alle vuilheid van de zonde.’

De riem: ‘Moge de riem van het geloof mijn hart en gedachten omringen en verdrietige gedachten uitstoten. En mag de kracht van uw genade alle tijden in mijn hart en gedachten blijven.’

Het doek: ‘Reinig mijn handen, Heer, van alle vuilheid en zonden.’    

De manchetten: ‘Geef kracht, Heer, aan mijn rechter (of linker) hand en was al mijn vuilheid, zodat ik u met een gezond ziel en lichaam kan dienen.’

De mantel: ‘In uw genade, Heer, kleed met een stralend kledingstuk en versterk mij tegen de invloed van het kwaad, dat ik waardig mag zijn om uw glorieuze naam te verheerlijken.’

De kroon: ‘Zet de kroon van verlossing op mijn hoofd om te vechten tegen de

machten van de vijand’

Tijdens het kerkgezang ‘Diepe Mysterie’ (Khorhurd Khorin, Խորհուրդ խորին) lopen de priester en diakenen de kerk in en gaan zij staan voor het altaar. 

Bij deze ceremonie wordt de noodzaak van de komst van onze Heer Jezus Christus naar de aarde toe gesymboliseerd. Hij kwam voor alle zondaars en onzuivere mensen. Daarom wast de priester, als hij voor het altaar staat, zijn  handen. Het staat symbool voor deze prachtige daad van God.  

Voordat de priester het altaar op gaat en zijn priesterlijke functie gaat uitvoeren, bekent de priester zijn zonden en vraagt hij de mensen in de kerk om te bidden dat de Heer hem vergeeft en hem waardig maakt om in de aanwezigheid van God te komen. Ook vraagt hij de mensen om te bidden of  God hem kan helpen om de dienst in verering te leiden. 

Hierna vraagt het volk van de kerk aan de priester om hen te gedenken als hij voor het Lam van God staat, Jezus Christus dus. Dit doen zij met de woorden: Hishecir yew zmez araci anmah Karinn Asdoedzo (Հիշեսջիր եւ ըզմեզ առաջի անմահ Գառինն Աստուծոյ), waarop de priester antwoord met: Hishyal licik araci anmah Vordvoejn Asdoedzo (Հիշեալ լիջիք առաջի անմահ Որդւոյն Աստուծոյ). Dit betekent: Jullie zullen herinnerd worden voor de onsterfelijke Zoon van God

Mdits arachi seghano Asdoedzo, ar Asdwadz wor oerakh arne zmangoetyoen im. (Մտից առաջի սեղանոյ Աստուծոյ, առ Աստուած որ ուրախ առնէ զմանկութիւն իմ). Dit betekent: ‘Ik zal ingaan tot het altaar van God, tot God die mijn jeugd verblijdt.’

Wanneer de priester dit stukje zegt na de zuivering begint het volgende deel van de Badarak, namelijk ‘de toetreding’.

Tijdens dit stukje van de dienst gaat de priester samen met de diakenen het altaar op. Nadat de priester dit heeft gezegd, zegt hij tijdens het opgaan van het altaar samen met één diaken Psalm 43. Psalmen worden altijd door twee personen gezegd tijdens de Heilige Liturgie, dus hier ook.

Hierna gaat het grote gordijn dicht. Achter het gordijn worden een aantal dingen uitgevoerd. Dit stukje wordt ‘de voorbereiding’ genoemd.

De naam van dit stukje van de dienst vertelt het eigenlijk al. De Heilige Communie wordt hier voorbereid. De diaken brengt het brood en wijn naar de priester. Dit brood en wijn plaatst de wijn in de miskelk en het brood op een plaat van de miskelk terwijl hij gebeden opzegt.  

Ook wordt Psalm 93 gelezen. Omdat het een Psalm is, wordt het om en om tussen de priester en één diaken gezegd. Hierna maakt de priester een kruis op de miskelk met de volgende woorden: De Heilige Geest zal over je heen komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen.’ Hierna zet hij de miskelk op zijn plaats, links van het altaar. Dan pakt hij het wierrookvat en het kruis voor het volgende deel van de Dienst, namelijk ‘bewieroking’ 

Mdits arachi seghano Asdoedzo, ar Asdwadz wor oerakh arne zmangoetyoen im. (Մտից առաջի սեղանոյ Աստուծոյ, առ Աստուած որ ուրախ առնէ զմանկութիւն իմ). Dit betekent: ‘Ik zal ingaan tot het altaar van God, tot God die mijn jeugd verblijdt.’

Wanneer de priester dit stukje zegt na de zuivering begint het volgende deel van de Badarak, namelijk ‘de toetreding’.

Tijdens dit stukje van de dienst gaat de priester samen met de diakenen het altaar op. Nadat de priester dit heeft gezegd, zegt hij tijdens het opgaan van het altaar samen met één diaken Psalm 43. Psalmen worden altijd door twee personen gezegd tijdens de Heilige Liturgie, dus hier ook.

Hierna gaat het grote gordijn dicht. Achter het gordijn worden een aantal dingen uitgevoerd. Dit stukje wordt ‘de voorbereiding’ genoemd.

De naam van dit stukje van de dienst vertelt het eigenlijk al. De Heilige Communie wordt hier voorbereid. De diaken brengt het brood en wijn naar de priester. Dit brood en wijn plaatst de wijn in de miskelk en het brood op een plaat van de miskelk terwijl hij gebeden opzegt.  

Ook wordt Psalm 93 gelezen. Omdat het een Psalm is, wordt het om en om tussen de priester en één diaken gezegd. Hierna maakt de priester een kruis op de miskelk met de volgende woorden: De Heilige Geest zal over je heen komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen.’ Hierna zet hij de miskelk op zijn plaats, links van het altaar. Dan pakt hij het wierrookvat en het kruis voor het volgende deel van de Dienst, namelijk ‘bewieroking’

Nadat de eerste keer de gordijnen weer open gaan, lopen de priester en alle diakenen van het altaar af en lopen door het volk met het kruis (khach, խաչ) en het wierookvat (poerwar, բուրվառ). Waarom doen wij dit? Wat voor betekenis heeft dit?

Dit stuk wordt bewieroking (Ashkharkalots , Աշխարհգալոց) genoemd. De priester en alle diakenen gaan van het altaar af, lopen door het volk en gaan het altaar weer op. De symbolische betekenis hiervan is dat God zelf, als onze Heer Jezus Christus, vanuit de hemel (het altaar) naar de wereld is gekomen (het schip van de kerk), tussen het volk heeft geleefd en gelopen (het lopen door het volk), is gestorven en begraven en drie dagen later is opgestaan. 40 dagen later is Hij opgestegen naar de hemel (oplopen naar het altaar). 

De priester loopt met het kruis en het wierookvat rond en laat de gelovigen in de kerk het kruis kussen. Elke gelovige hoort dit te doen als symbool dat hij/zij in Jezus Christus gelooft. Voordat het volk dit doet zeggen zij: Hichestsir yev zmez arachi anmah karin Asdoedzo (Յիշեսցիր եւ զմեզ առաջի անմահ գառինն Աստուծոյ), wat betekent: Herinner ook ons voor de machtige onsterfelijke Lam van God. Dit is naar de priester gericht wanneer hij voor het Lam van God, dus Jezus Christus, staat op het altaar. 

Ondertussen bewierookt de priester het volk met het wierookvat. De wierook symboliseert onze gebeden die opstijgen en gehoord worden door God. Tijdens het bewieroken slaat het volk een kruis.

Ondertussen zingt het koor samen met het volk over dat onze wensen geaccepteerd worden door God, net als de offers van Abel, Noah en Abraham (Genesis 4:4-5; Genesis 8:20-21; Genesis 22:9-13).

Nadat de eerste keer de gordijnen weer open gaan, lopen de priester en alle diakenen van het altaar af en lopen door het volk met het kruis (khach, խաչ) en het wierookvat (poerwar, բուրվառ). Waarom doen wij dit? Wat voor betekenis heeft dit?

Dit stuk wordt bewieroking (Ashkharkalots , Աշխարհգալոց) genoemd. De priester en alle diakenen gaan van het altaar af, lopen door het volk en gaan het altaar weer op. De symbolische betekenis hiervan is dat God zelf, als onze Heer Jezus Christus, vanuit de hemel (het altaar) naar de wereld is gekomen (het schip van de kerk), tussen het volk heeft geleefd en gelopen (het lopen door het volk), is gestorven en begraven en drie dagen later is opgestaan. 40 dagen later is Hij opgestegen naar de hemel (oplopen naar het altaar). 

De priester loopt met het kruis en het wierookvat rond en laat de gelovigen in de kerk het kruis kussen. Elke gelovige hoort dit te doen als symbool dat hij/zij in Jezus Christus gelooft. Voordat het volk dit doet zeggen zij: Hichestsir yev zmez arachi anmah karin Asdoedzo (Յիշեսցիր եւ զմեզ առաջի անմահ գառինն Աստուծոյ), wat betekent: Herinner ook ons voor de machtige onsterfelijke Lam van God. Dit is naar de priester gericht wanneer hij voor het Lam van God, dus Jezus Christus, staat op het altaar. 

Ondertussen bewierookt de priester het volk met het wierookvat. De wierook symboliseert onze gebeden die opstijgen en gehoord worden door God. Tijdens het bewieroken slaat het volk een kruis.

Ondertussen zingt het koor samen met het volk over dat onze wensen geaccepteerd worden door God, net als de offers van Abel, Noah en Abraham (Genesis 4:4-5; Genesis 8:20-21; Genesis 22:9-13).

Het tweede gedeelte van de Heilige Liturgie is het onderwijzende gedeelte van de dienst. Hierin wordt er gelezen uit de brieven van de apostelen, het Oude Testament en de Evangeliën. Alleen het Evangelie van de dag wordt vanaf het altaar gelezen. Het gedeelte waarbij het Evangelie door de diaken wordt gebracht heet ‘de kleine intrede’. ‘Kleine’, omdat de ‘grote intrede’ de intrede is van het Eucharistie.

De kleine intrede begint na de middagzang. Door samen de psalmen en de middagzang te zingen zuiveren wij ons van onze zorgen en sluiten wij ons aan bij God. Tijdens de middag-zang bidt de priester in stilte en vraagt God: ‘Onze God, die voor het dienen van Uw glorie in de hemel engelen en aartsengelen instelde, acht ons waardig dat zij samen met ons zijn tijdens onze intrede.’

Vervolgens beveelt de diaken met ‘broskhoeme’ dat het volk aandachtig moet zijn. Het Evangelie wordt hoog gehouden en getoond aan het volk en de diaken loopt van de linker- naar de rechterkant van het altaar.  Na ‘broskhoeme’ zingt het volk de trisagion, Երեքսրբյան փառաբանություն: Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons. Hiermee zegt het volk: ‘U, onze God Christus, die Heilig, Sterk en Onsterfelijk is, vond het niet alleen voldoende om mens te worden en gelijk te worden aan ons, maar accepteerde een smadelijke dood voor ons aan het kruis. Voor deze onbeschrijfelijke nederigheid van U, ontferm U over ons.’

Gedurende de trisagion bidt de priester in stilte en sluit zich aan bij de hymne van het volk. Hierbij belijd dus de gehele Kerk, de hemelse en aardse, dat Jezus Christus Heer is. De priester bidt als volgt. Hij begint met het verheerlijken van God. Vervolgens vraagt hij God om de zegeningen van ons, zondaars, te accepteren, onze zonden te vergeven en ons de gave te geven om gedurende alle dagen van ons leven Hem te dienen. Hij sluit af met het vragen van de bemiddeling van Moeder Gods en alle Heiligen en door glorie te geven aan God in de eeuwigheid. Het stille gebed van de priester eindigt samen het trisagion van het volk.

Vervolgens preken de diakenen dat het volk het volgende smeken aan God. ‘Voor vrede; voor vrede op de hele wereld en standvastigheid van de Heilige Kerk; voor alle heilige en rechtgelovige bisschoppen; voor het leven en de verlossing van de geest van onze katholikos; en voor de archimandrieten, priesters, diakenen, geleerden en alle kinderen van de kerk.’ Na iedere preek van de diakenen antwoordt het volk met: ‘Ter voghormia.’ De priester bidt in de tussentijd in stilte voor hetzelfde als dat de diakenen preken aan het volk. Hiermee sluit het volk zich aan bij het gebed van de priester, die namens het volk voor God staat op het altaar. Wanneer ‘vrede’ wordt gezegd wordt vrede bedoelt, zoals Christus zei in het Evangelie van Johannes 14:27: ‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.’

Tijdens de kleine intrede wordt het Evangelie gebracht. Hierna volgen de lezingen van de dag. Deze lezingen hebben betrekking op het onderwerp van de dag of van de periode, volgens een bepaalde agenda.

Zoals Christus met Zijn Lichaam en Bloed aanwezig is in de Heilige Communie is Hij met de lezingen aanwezig met Zijn Woord. Het Woord van God wordt met de lezingen aan het volk verteld, om het volk te onderwijzen in de Christelijke leer en hen te motiveren om het Goede te doen. Er worden delen uit respectievelijk het Oude Testament, de apostolische brieven en het Nieuwe Testament gelezen. De lezingen vinden plaats in deze volgorde, omdat hiermee wordt getoond dat de profeten en de apostelen hetzelfde dachten over Jezus Christus. De profeten voorspelden hierover en de apostelen waren de getuigen hiervan.

Tijdens de dienst begint dit gedeelte als de diaken mededeelt ‘Alleluja, Orti,’ ofwel ‘Loof God, sta op (of luister aandachtig).’ Hierop volgt de zegening van de priester met de woorden ‘Vrede met u allen,’ omdat het volk, met de preken van de diaken tijdens de kleine intreden, God om vrede vraagt, zie de vorige editie. De priester neemt dan deze vrede van God en geeft het aan het volk. Hierop antwoordt het volk met ‘Ook voor uw geest.’

Vervolgens leest de diaken of de priester het evangelie van de dag, zeggende: ‘Het evangelie van Jezus Christus volgens Mattheüs (of een andere evangelie), waarmee wordt gesteld dat het Woord van God is en niet van de mens. Daarom zegt de diaken ‘luister aandachtig.’ Het volk antwoordt met ‘Glorie aan U onze Heer God,’ om aan te geven dat zij bewonderd zijn met de grootheid van dit gebeuren. Dat God ons waardig acht om tot ons te spreken.

De diaken roept: ‘Proskhoeme’, zodat het volk aandachtig is. Het volk antwoordt met ‘God spreekt’, oftewel laat God spreken want we zijn er klaar voor. Vervolgens wordt het evangelie gelezen.

Het evangelie leert ons hoe groot de liefde van de Vader naar de mens is. Hij geeft niet alleen vrede, maar stuurde Zijn Eniggeboren Zoon en daarmee Zijn incarnatie, geloofsleer, Zijn prachtige daden en bovenal Zijn kruisiging, begrafenis en Opstanding. Het evangelie verteld deze weldadigheden. Dit horende, zegt het volk: ‘Glorie aan U onze Heer God.’

Iemand komt naar je toe en vraagt: ‘Waar geloof jij als christen in?’, wat antwoord jij dan? Waar kun je deze informatie vinden? Is daar een samenvatting van?

De antwoorden op deze vragen vind je in het gebed Havadamk. Havadamk is de geloofsbelijdenis van de Armeens Apostolische kerk. Hierin staat de kern van het christelijk geloof. De kern van Havadamk komt uit de Bijbel. Het is vastgesteld in het jaar 325 op het eerste concilie van Nicea. 

Havadamk betekent letterlijk vertaald ‘wij geloven’. Het is in meervoud, omdat tijdens het zeggen van de Havadamk, wij één worden met de mensen om ons heen in de kerk. Wij worden allemaal één, omdat wij tegelijk zeggen waarin wij geloven. Vandaar dat ook niet alleen het koor of de priester het zegt, maar alle deelnemers van de dienst.

Havadamk is geschreven om verkeerde geloven tegen te gaan. Een voorbeeld hiervan is dat sommigen zeggen dat Jezus Christus niet God zelf is die als mens op aarde is gekomen. In de Havadamk staat dat het wel zo is. Aangezien de kern van de Havadamk de Bijbel is, moeten wij hiernaar kijken. 

In 1 Johannes 5:7 staat het volgende: ‘Er zijn dus drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en samen zijn Zij één.’ Het Woord is Jezus Christus. Dit wordt beschreven in Johannes 1:1 en daarop volgend Johannes 1:14. Zo wordt door de Havadamk dit verkeerde geloof tegengegaan. 

De Havadamk wordt gezegd nadat er een stukje van de Evangelie is voorgelezen en God is bedankt (Parq Qez Der Asdwats mer). Dit wordt staand gedaan en met platte handen tegen elkaar aan.

Na de Bijbellezingen en de geloofsbelijdenis volgt een litanie en gebed. Een litanie is een reeks van smeekbeden die door de diaken uitgesproken worden, afgewisseld door korte antwoorden van het koor en het volk.

De litanie wordt vervolgd met een gebed. Zolang de offergaven niet gebracht zijn bidt de priester tot Christus. Nadat de offergaven gebracht zijn richt de priester zich tot de Vader en schenkt hij Christus, namens ons, aan de Vader. Hier bidt de priester naar Christus en bidt als volgt: ‘Onze Heer en Verlosser  Jezus Christus, U bent groot met Uw barmhartigheid en overvloedig in Uw weldadigheid. U, die vrijwillig, voor onze zonden, het lijden aan het kruis en de dood duldde. En de gaven van de Heilige Geest rijkelijk schonk aan de zalige apostelen. Wij smeken U, Heer, laat ons deelnemen aan de Goddelijke geschenken van U, vergeving van de zonden en de toelating van de Heilige Geest. Zodat wij waardig mogen zijn U dank te betuigen en U te verheerlijken met de Vader en de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.’

De priester geeft hierna zijn zegening. Na de zegening en de buiging naar God vervolgt de priester zijn gebed:

‘Met Uw vrede, Christus onze Redder, die elke gedachte en woord te boven gaat, versterk ons en behoud ons zonder vrees van alle kwaad. Maak ons gelijk aan Uw ware aanbidders, die U met hun geest en waarlijk aanbidden, want U, de Heilige Drie-Eenheid, behoren glorie, heerschappij en eer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

De Liturgie van het Woord sluit af met de zegening. Nadat de diaken naar de priester roept: ‘Zegen heer,’ zegent de priester zeggende: ‘ De Heer God zegene u allen.’

Na dit gebed doet de priester zijn kroon af. Tot dusver symboliseerde de priester Christus maar nu het Lichaam en Bloed van Christus op het altaar komt, staat de priester zijn symbolische positie af. Hij bereidt zich voor om als nederige dienaar het Lichaam en Bloed van de Zoon te dienen. De diaken preekt het volk en leert hen te bidden en te smeken en de priester bidt voor het volk en legt hun smeekbedes voor aan God.

7En wie van u die een dienaar heeft die ploegt of de kudde weidt, zal meteen, als hij van de akker komt, tegen hem zeggen: Kom maar en ga aanliggen? 8Zal hij echter niet tegen hem zeggen: tref voorbereidingen, zodat ik vanavond de maaltijd kan gebruiken, omgord u en bedien mij, totdat ik gegeten en gedronken heb, en eet en drinkt u daarna? 9Hij bedankt die dienaar toch zeker niet, omdat hij gedaan heeft wat hem opgedragen was? Ik meen van niet. 10Zo moet ook u, wanneer u gedaan hebt al wat u opgedragen is, zeggen: Wij zijn onnutte dienaren, want wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen. (Lucas 17-7-10)

1. Collectie

In de dienst wordt op een gegeven moment de miskelk gehaald. Wat betekenen de dingen die worden gezegd in dit stuk? Waarom worden sommige dingen gedaan? 

‘Mi vok herakhayits (Մի ոք յերախայից)’ de woorden waaraan je kunt horen dat het derde gedeelte van de Heilige Liturgie is begonnen, namelijk de Eucharistie (Ganon Srpo Badaraki, Կանոն Սրբոյ Պատարագի)․

Het eerste wat je ziet is dat de Priester (Kahana) een aantal dingen afdoet. Hij doet zijn kroon (saghavard, սաղավարտ) en het kruis die hij op dat moment om heeft, af. Dit is om zich voor te bereiden om nederig tegenover onze Heer Jezus Christus te staan. In Exodus 3:5 staat: ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de Heer, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.’ Denkend aan dit stukje uit de Bijbel, trekt de Kahana zijn slippers ook uit.

De diakenen zingen ondertussen dan: ‘Van ongedoopte, ongelovigen, zondelingen en onreinen mag niemand dichterbij de Goddelijke tafel komen.’ Vroeger werden deze mensen afgezonderd in de kerk, omdat zij nog niet klaar waren om de Heilige Communie in te nemen. Tegenwoordig wordt dit niet meer gedaan, maar het laat wel zien dat wij ervan bewust moeten zijn dat wij aansluiten aan de Heilige Tafel. De dingen die ons weerhouden om mee te doen hieraan, moeten wij verwijderen uit ons leven.

Later in dit stuk wordt de miskelk gehaald waar het heilige brood en de wijn in zitten, het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus. Het is dus belangrijk dat wij bewust worden van wat er gebeurd in dit gedeelte van de dienst.

Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u

allen, die één bent in Christus.’ (1 Petrus 5:14).

Wanneer de diakenen (sargawakner, սարկավաքներ) ‘Voghchoeyn doek mimyants i hampoeyr srpoetyan’ (ողջոյն տուք ﬕﬔանց ի համբոյր սրբութեան) zeggen, nodigen zij alle gelovigen in de kerk uit om de heilige kus over te dragen aan elkaar. Door deze heilige kus door te geven aan elkaar, laten de gelovigen in de kerk zien dat zij allemaal delen zijn van het lichaam van Jezus Christus.

Het koor zegt ondertussen de woorden: ‘Krisdos i mech mer haynetsaw’ (Քրիստոս ի ﬔջ մէր յայտնեցաւ), wat betekent ‘De Messias is tussen ons verschenen.’ Dit refereert naar Mattheus 18:21: ‘Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ Dit is het grootste doel van een christen, om met Jezus Christus te zijn en één te worden met Hem. De gelovigen zijn bij elkaar gekomen in de kerk voor de Heer,waardoor de Heer ook bij hen is. 

‘Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ (Johannes 3:16). Dit stukje van de dienst refereert ook naar de liefde die God

voor ons heeft, omdat een kus een teken is van liefde. 

Deze kus laat ons ook herinneren aan de kus van Judas, die Jezus met een kus verraadde. Jezus vroeg ook aan hem: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’ (Lucas 22:47-48). De kus staat voor  liefde terwijl Judas dit gebruikt voor het kwade. 

De gelovigen geven de heilige kus door, door te zeggen Krisdos i mech mer haynetsaw, met de hand op zijn of haar hart, waarna de ander dit beantwoord met ‘Orhnyal e haydnutyunn Krisdosi’ (Օրհնեալ է յայտնութիւնն Քրիստոսի), wat betekent: ‘gevierd is de verschijning van Christus․’

2. Eucharistia

Na de Heilige Kus begint het volgende onderdeel van de dienst, namelijk de proloog (dankzegging). Hier danken we God voordat de priester het brood breekt en we het eten, zoals we in Lucas 22:19 zien dat Christus een dankgebed sprak voor Hij het brood brak. God geeft Zijn liefde aan de mens en de gelovige dient Gods oneindige genade in acht te nemen en Hem te danken.

De proloog begint met de woorden: “Ահիւ կացցուք, երկիւղիւ կացցուք, բարւոք կացցուք, եւ նայեցարուք զգուշութեամբ” (Ahiv katsuk, yerkyughiv katsuk, parwok katsuk, ev nayetsaruk zgushutyamp) Hier waarschuwt de diaken het volk om met ontzag, vrees, ingetogenheid en eerbiedige aandacht te staan. Het volk antwoordt met: “Voor U, o God.” De diaken vervolgt: “Christus, het zuivere Lam van God wordt geofferd.”

Vervolgens zegent de priester de gelovige. Zij antwoorden: “Amen, en voor uw geest.” (Ամէն: Եւ ընդ հոգւույդ քում: Amen, ev und hokvuyt koem.) De diaken ziet dat het volk de zegening van de priester accepteert en waarschuwt alle gelovigen om alert te zijn en de deuren van hun geest en gedachten, hun zintuigen, te behoeden, zodat tijdens het Heilige Sacrament geen onreine gedachten of gevoelens kunnen binnendringen. De diaken zegt ook dat het volk hun gedachten op God moet richten. Het volk antwoordt niet naar de diaken maar naar God zelf en zegt: “Die zijn geheven tot U, Almachtige God.” (Ունիմք առ քեզ, Տէր ամենակալ: Oenimk ar kez Der Amenakal). Vervolgens zegt de diaken dat het volk zijn dank moet uiten, waarop het volk antwoordt met: “Het is goed en juist om (dankbaar te zijn).” (Արժան և իրաւ: Arzjan yew iraw)

In de tussentijd bidt de priester in stilte het volgende gebed:

“Het is beslist goed en juist om met grote ijver U aanbiddend te verheerlijken, Almachtige Vader, want door middel van Uw ondoorgrondelijke Woord en mede-Schepper verdreef U de, door de zonde ontstane, verdoemenis. Hij nam de Kerk als Zijn eigen volk en nam als eigendom hen die in U geloven. Door het mysterie van de maagdelijke geboorte nam Hij de bevattelijke menselijke natuur aan en was verheugd tussen ons te leven en als architect van een nieuwe goddelijke instantie (de Kerk), veranderde Hij de aarde in de hemel.

Hij, waarvoor de legers der engelen niet durven te staan, doordat ze bang zijn voor Zijn glansrijke en ontoegankelijke licht, werd Mens voor onze verlossing en gaf ons de eer om ons te verenigen met diegenen in de hemel, in spirituele koren.

(De priester zingt vanaf hier luid). En laat ons eenstemmig met de serafijnen en cherubijnen de hemelse lofzang zingen en muziek maken en moedig en luid met hen meezingen en zeggen.” (Եւ ընդ սերոբէսն և ընդ քերոբէսն…գոչելով աղաղակել ընդ նոսին և ասել.)

Hierop volgt het anemnese (Surp, surp) (Jes. 6:3, Mat. 21:9 Op.4:8)

Na de Heilige Kus begint het volgende onderdeel van de dienst, namelijk de proloog (dankzegging). Hier danken we God voordat de priester het brood breekt en we het eten, zoals we in Lucas 22:19 zien dat Christus een dankgebed sprak voor Hij het brood brak. God geeft Zijn liefde aan de mens en de gelovige dient Gods oneindige genade in acht te nemen en Hem te danken.

De proloog begint met de woorden: “Ահիւ կացցուք, երկիւղիւ կացցուք, բարւոք կացցուք, եւ նայեցարուք զգուշութեամբ” (Ahiv katsuk, yerkyughiv katsuk, parwok katsuk, ev nayetsaruk zgushutyamp) Hier waarschuwt de diaken het volk om met ontzag, vrees, ingetogenheid en eerbiedige aandacht te staan. Het volk antwoordt met: “Voor U, o God.” De diaken vervolgt: “Christus, het zuivere Lam van God wordt geofferd.”

Vervolgens zegent de priester de gelovige. Zij antwoorden: “Amen, en voor uw geest.” (Ամէն: Եւ ընդ հոգւույդ քում: Amen, ev und hokvuyt koem.) De diaken ziet dat het volk de zegening van de priester accepteert en waarschuwt alle gelovigen om alert te zijn en de deuren van hun geest en gedachten, hun zintuigen, te behoeden, zodat tijdens het Heilige Sacrament geen onreine gedachten of gevoelens kunnen binnendringen. De diaken zegt ook dat het volk hun gedachten op God moet richten. Het volk antwoordt niet naar de diaken maar naar God zelf en zegt: “Die zijn geheven tot U, Almachtige God.” (Ունիմք առ քեզ, Տէր ամենակալ: Oenimk ar kez Der Amenakal). Vervolgens zegt de diaken dat het volk zijn dank moet uiten, waarop het volk antwoordt met: “Het is goed en juist om (dankbaar te zijn).” (Արժան և իրաւ: Arzjan yew iraw)

In de tussentijd bidt de priester in stilte het volgende gebed:

“Het is beslist goed en juist om met grote ijver U aanbiddend te verheerlijken, Almachtige Vader, want door middel van Uw ondoorgrondelijke Woord en mede-Schepper verdreef U de, door de zonde ontstane, verdoemenis. Hij nam de Kerk als Zijn eigen volk en nam als eigendom hen die in U geloven. Door het mysterie van de maagdelijke geboorte nam Hij de bevattelijke menselijke natuur aan en was verheugd tussen ons te leven en als architect van een nieuwe goddelijke instantie (de Kerk), veranderde Hij de aarde in de hemel.

Hij, waarvoor de legers der engelen niet durven te staan, doordat ze bang zijn voor Zijn glansrijke en ontoegankelijke licht, werd Mens voor onze verlossing en gaf ons de eer om ons te verenigen met diegenen in de hemel, in spirituele koren.

(De priester zingt vanaf hier luid). En laat ons eenstemmig met de serafijnen en cherubijnen de hemelse lofzang zingen en muziek maken en moedig en luid met hen meezingen en zeggen.” (Եւ ընդ սերոբէսն և ընդ քերոբէսն…գոչելով աղաղակել ընդ նոսին և ասել.)

Hierop volgt het anemnese (Surp, surp) (Jes. 6:3, Mat. 21:9 Op.4:8)

Neem, eet, dit is Mijn Lichaam. (…) Drink allen hieruit, dit is Mijn Bloed, het Bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot  vergeving van zonden.’ (Mattheüs 26:26-28).

Na de Anemnese spreekt de priester deze woorden uit van onze Heer Jezus Christus. Omdat de priester Jezus Christus vertegenwoordigt, is het belangrijk dat hij dit alleen uitspreekt. Het is immers niet jouw lichaam of van degene naast je, maar het Lichaam van onze Heer. 

Het koor zingt dan samen met het volk: Hemelse Vader, die ons Uw Zoon gaf tot de dood toe, als schuldenaar voor onze schulden, wij smeken U, omwille van het vergieten van Zijn Bloed, erbarm U over Uw redelijke kudde. 

Het is het Lichaam en Bloed van Jezus dat als offer wordt geboden aan God door de priester. Hierdoor kan hij daadwerkelijk het volgende zeggen: O God, Jezus Uw Zoon, wie van U is, kwam met Uw wil naar ons, en nu diezelfde Jezus geven wij U terug voor de verlossing van ons allen. Het koor zingt ondertussen: In alles zijt Gij gezegend, Heer; Wij loven U, wij prijzen U, wij danken U, wij smeken U, Heer onze God.

Terwijl de diaken met de wierrookvat het wierook op het brood en de wijn laat vallen, zegent de priester het brood driemaal met de woorden: ‘Het gezegend brood zal, met de kracht van de Heilige Geest, het lichaam van onze Heer en Redder Jezus Christus worden gemaakt.’ Hierna wordt de wijn driemaal gezegend met de woorden: ‘Het gezegend glas zal, met de kracht van de Heilige Geest het Bloed van onze Heer en Redder Jezus Christus worden gemaakt.’ Hierna worden beiden nogmaals gezegend, weer met dezelfde woorden. 

Met deze mysterieuze gebeden vraagt de priester aan de Heilige Geest of Hij het brood en wijn in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus kan veranderen, het sacrament (խորհուրդ, khorhurd) van de Heilige Communie kan uitvoeren. Dit wordt ook wel de Epiclese genoemd.

Tijdens de dienst gaan de diakenen op een gegeven moment met zijn allen aan de linkerkant van het altaar staan en zeggen zij een aantal dingen, waarna zij met zijn allen weer aan de rechterzijde gaan staan om nog een aantal dingen te zeggen. Wat voor betekenis heeft dit? Wat zeggen zij precies?

Alle gelovigen vormen samen het Lichaam van Christus waar Hij het hoofd van is. Hierdoor bidt de kerk ook voor alle gelovigen die in dit lichaam zitten. Het Lichaam bestaat uit twee stukken. Zo heb je de strijdende kerk (de levende mensen, zij hebben het doel nog niet bereikt, namelijk bij Christus zijn) en de overwinnende kerk (de doden die de strijd, namelijk het leven, hebben overwonnen). 

Wanneer de diakenen aan de linkerkant staan, staan zij aan de noordelijke kant van het altaar. Hier vragen zij de Christelijke Apostelen, Heiligen, Martelaren, Koningen en Prinsen die overleden zijn in de naam van Christus om bemiddelaren te zijn voor de levenden. Hier vragen de diakenen dus aan de overwinnende kerk om bemiddelaar te zijn voor de strijdende kerk. 

Aan het einde van dit stukje kussen alle diakenen, één voor één het altaar en nemen zij dezelfde positie aan, maar dan allemaal aan de zuidelijke kant van het altaar, de rechterkant dus. Hier bidden zij voor de strijdende kerk. Vooral voor de leiders van de kerk, dat zij het goede leer van God over mogen brengen naar de gelovigen. Op dit moment wordt de naam van de Katholikos genoemd, namelijk Katholikos Karekin II en het hoofd van de twee patriarchen, namelijk Patriarch Norhan van Jeruzalem en Patriarch Mesrop van Istanbul. In Nederland wordt ook bisschop Vahan uit Frankrijk genoemd, omdat hij Patriarchale Delegaat is van West-Europa, dus ook van Nederland.

Dit stukje, wat Diptiek (Hishadagoetyoenk, Հիշատակութիւնք) wordt genoemd, omvat de hele Christelijke kerk (het Lichaam van Christus), met de generatie van het verleden en het heden.

Na de ‘diptiek’ volgt het gebed des Heren. In de diptiek verenigen wij, de strijdende kerk, ons met de overwonnen kerk. Voor de diptiek, zie editie oktober 2017. Nadat wij ons hebben verenigd met de overwonnen kerk richt de gehele Kerk op onze Vader. Het gebed wordt ingeleid door een reeks smeekbedes, wat litanie wordt genoemd, die als solo’s worden gezongen in onze kerk. Hierop volgt het gebed. Dit gebed komt uit het evangelie van Mattheüs 6:9-13 en van Lucas 11:2-4.

“Onze Vader die in de hemel zijt.” Als kinderen dragen wij de gelijkenis van God in ons en door afstand te nemen van het aardse willen we naar de hemel.

“Uw naam worde geheiligd.” Daarom smeken we laat Uw naam heilig zijn. Ofwel, zodat iedereen, met dank aan God, een zuiver gedrag toont en rechtvaardige daden doet, zodat Zijn naam wordt verheerlijkt in al onze daden. Dit lezen we ook terug in Mattheüs 5:16: “Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

“Uw koninkrijk kome.” Door de zonde viel de mens en heerste de duivel over de mens. Hier zeggen we, laat zijn heerschappij verdwijnen en Uw koninkrijk over ons heersen.

“Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.” Zijn koninkrijk moet geschieden door Zijn Wil. Wij zeggen hiermee: ‘Laat in onze gedachten de wil van de duivel ineenstorten en Uw Wil in ons tot uitvoer komen, zoals in de engelen in de hemel, zo ook in ons als aardse mensen.

“Geef ons heden ons dagelijks brood.” Als natuurlijke wezens hebben we ons dagelijks brood nodig om te leven maar het brood voor de geest is wijsheid en dat is Christus. Zoals Christus zegt: “Ik ben het Brood dat leven geeft.” (Johannes 6:48).

“En vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.” We zeggen hier: ‘Wij zijn ondankbaar geweest naar de ontelbare weldadigheden van U en hebben ons niet gehouden aan Uw Wil. Vergeef ons schuldigen, zoals wij degenen die schuldig zijn aan ons vergeven. Door te bidden en wijsheid en kracht van God te vragen moeten wij onze schuldenaren vergeven, want als wij hun niet vergeven zeggen wij hier dat God ons ook niet moet vergeven.

“En leid ons niet in verzoeking.” Wij vragen om verlost te worden van de mentale en fysieke zonden.

“maar verlos ons van de boze.” Het boze of het kwaad is de duivel en zijn  misleidingen en bedriegerij. Hiervan willen wij gered worden.

De priester eindigt het gebed met:

“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.”

Na het ‘Onze Vader’ volgen de buiging en verheffing. Hier buigen de gelovigen voor God, waarna de priester het sacrament hoog boven zich houdt. De buiging en verheffing illustreren de vernedering en verrijzenis van Christus. Vanuit Zijn vernedering verrees Hij uit de doden en overwon Hij het kwaad van deze wereld. Hier moeten wij gelovigen ons eraan herinneren dat wij ook moeilijkheden en vernederingen zullen ondergaan als kinderen van God, voordat we verlost kunnen worden in het overwonnen leven en dat nederigheid een grote deugd is.

In de liturgie wilt de priester het Goddelijke Lichaam en Bloed aan het volk tonen. Hiervoor geeft hij hen eerst vrede, (Խաղաղութիւն ամենեցուն, khaghaghoetyoen amenetzoen). De diaken roept het volk op om te buigen, (Աստուծոյ երկրպագեսցուք, Asdoetso yergrbakestsoek), omdat we dit Goddelijke Mysterie niet als iets gewoons mogen beschouwen. De priester buigt ook en bidt tot de Heilige Geest:

O Heilige Geest, die de bron is van het leven en genade schenkt, heb genade met deze mensen die zich vernederd en Uw Goddelijkheid aanbidt. Houdt hen gezond. Prent in hun geest hetgeen dat zij lichamelijk uitdrukken (gebogen, dus nederigheid), zodat zij waardig zijn om de goede dingen van het leven in het hiernamaals te erven en daar toe te treden. Door onze Heer Jezus Christus, met U, o Heilige Geest, en de Almachtige Vader samen, glorie, heerschappij en eer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Hier begint de verheffing. De diaken roept ‘attentie!’ (Պռոսխումէ, broskhoeme). De priester houdt de miskelk en de schaal boven zijn hoofd en zegt: ‘het Heilige voor de heiligen’ (Ի սրբութիւն սրբոց, i srpoetyoen srpots). De priester zegt dat dit het Heilige is maar alleen voor de heiligen, diegenen die zich hebben gereinigd van hun zonden door hun zonden te belijden. Wij accepteren dat wij zondaars zijn en zingen: ‘In de glorie van God de Vader is één Heilig, één is Heer, Jezus Christus, amen.’

Hierna volgt de doxologie als conclusie van de eucharistische gebeden. Hier wordt de heerlijkheid van de Heilige Drie-eenheid bezongen. Dit komt de volgende editie aan bod.

5Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (Filippenzen 2:5-11)

Na het ‘Onze Vader’ volgen de buiging en verheffing. Hier buigen de gelovigen voor God, waarna de priester het sacrament hoog boven zich houdt. De buiging en verheffing illustreren de vernedering en verrijzenis van Christus. Vanuit Zijn vernedering verrees Hij uit de doden en overwon Hij het kwaad van deze wereld. Hier moeten wij gelovigen ons eraan herinneren dat wij ook moeilijkheden en vernederingen zullen ondergaan als kinderen van God, voordat we verlost kunnen worden in het overwonnen leven en dat nederigheid een grote deugd is.

In de liturgie wilt de priester het Goddelijke Lichaam en Bloed aan het volk tonen. Hiervoor geeft hij hen eerst vrede, (Խաղաղութիւն ամենեցուն, khaghaghoetyoen amenetzoen). De diaken roept het volk op om te buigen, (Աստուծոյ երկրպագեսցուք, Asdoetso yergrbakestsoek), omdat we dit Goddelijke Mysterie niet als iets gewoons mogen beschouwen. De priester buigt ook en bidt tot de Heilige Geest:

O Heilige Geest, die de bron is van het leven en genade schenkt, heb genade met deze mensen die zich vernederd en Uw Goddelijkheid aanbidt. Houdt hen gezond. Prent in hun geest hetgeen dat zij lichamelijk uitdrukken (gebogen, dus nederigheid), zodat zij waardig zijn om de goede dingen van het leven in het hiernamaals te erven en daar toe te treden. Door onze Heer Jezus Christus, met U, o Heilige Geest, en de Almachtige Vader samen, glorie, heerschappij en eer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Hier begint de verheffing. De diaken roept ‘attentie!’ (Պռոսխումէ, broskhoeme). De priester houdt de miskelk en de schaal boven zijn hoofd en zegt: ‘het Heilige voor de heiligen’ (Ի սրբութիւն սրբոց, i srpoetyoen srpots). De priester zegt dat dit het Heilige is maar alleen voor de heiligen, diegenen die zich hebben gereinigd van hun zonden door hun zonden te belijden. Wij accepteren dat wij zondaars zijn en zingen: ‘In de glorie van God de Vader is één Heilig, één is Heer, Jezus Christus, amen.’

Hierna volgt de doxologie als conclusie van de eucharistische gebeden. Hier wordt de heerlijkheid van de Heilige Drie-eenheid bezongen. Dit komt de volgende editie aan bod.

5Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (Filippenzen 2:5-11)

Na de buiging en verheffing volgt de doxologie. Een doxologie is een liturgische vorm ter afsluiting van een gebed, waarin de heerlijkheid van God wordt verkondigt. Een voorbeeld hiervan is hoe het Onze Vader wordt afgesloten: ‘Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.’ (Mat. 6:13). Of zoals in Psalm 41:14: ‘Geprezen zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, amen.’

Tijdens de dienst wordt in de doxologie de heerlijkheid van de Heilige Drie-eenheid bezongen. De priester bezingt de heerlijkheid en het volk sluit zich aan met ‘amen.’ Het volk zegt hiermee: ‘laat het zijn zoals u (de priester) het zegt.’  Het volgende wordt bezongen:

Priester: Gezegend zijt Gij, heilige Vader, Waarlijk God.

Volk: Amen

Priester: Gezegend zijt Gij, heilige Zoon, waarlijk God.

Volk: Amen

Priester: Gezegend zijt Gij, heilige Geest, waarlijk God.

Volk: Amen

Priester: Eer en glorie aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Volk: Amen. Heilige Vader, heilige Zoon, heilige Geest. Eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

De doxologie wijst erop dat Christus ten hemel gevaren is en aan de Rechterhand van de Vader zit. Gedurende de bezinging houdt de priester de miskelk en de schaal hoog als symbool voor de hemelvaart van Jezus Christus en Zijn overwinning. “Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de Rechterhand van God.” (Marc. 16:19).

Dus wanneer de doxologie bezongen wordt, zing de volgende keer mee om glorie, zegening en dank te uiten aan de Heilige Drie-eenheid, God die ons geschapen heeft en die ons onderhoudt. De volgende editie zal ingaan op het dompelen van het brood in de wijn. 

15Als je Mij liefhebt, houd je dan aan Mijn geboden. 16Dan zal Ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: 17 De Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven. 18Ik laat jullie niet als wezen achter, Ik kom bij jullie terug. 19Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar jullie zullen Mij wel zien, want Ik leef en ook jullie zullen leven. 20 Dan zul je begrijpen dat Ik in Mijn Vader ben, dat jullie in Mij zijn en dat Ik in jullie ben. 21Wie Mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van Mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal Mij aan hem bekendmaken. (Joh. 14:15-17)

3. Breken

Met de doxologie zijn de eucharistische gebeden afgesloten en wordt het Lichaam (brood) in het Bloed (wijn) gedompeld en gebroken om het aan alle gelovigen te geven.  

De priester bidt in stilte het volgende: 

Oh God onze Heer, U die ons christenen noemde in naam van Uw Zoon, en ons de doop schonk door de geestelijke doopvont ter kwijtschelding van onze zonden, en ons waardig maakte deel te nemen in het Lichaam en Bloed van Uw Eniggeborene. 

En nu, oh Heer, smeken we U, maak ons waardig dit heilige Mysterie te nemen ter kwijtschelding van onze zonden, en met dankzegging U te verheerlijken, samen met de Zoon en de heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.  

Gedurende dit stille gebed dompelt de priester het Lichaam in het Bloed. De priester draait zich daarna om en houdt de miskelk en schaal voor zich om aan het volk te tonen en zingt luid: 

(Ի սուրբ, ի սուրբ, պատուական Մարմնոյ եւ յԱրենէ Տեառն մերոյ…) 

Laten we in heiligheid het heilige, heilige en eervolle Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser Jezus Christus nuttigen, dat uit de hemel neerdaalt en onder ons wordt verdeeld.  

Dit is het Leven, Hoop, Verrijzenis, vergeving en kwijtschelding van zonden. Zing psalmen voor onze Heer God; Zing psalmen voor onze onsterfelijke hemelse Koning, die rijdt op de cherubijnen.  

Het Bloed wordt beschouwd als symbool voor het leven.  

18U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, 19maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. (1 Petrus 1:18-19). 

De gemeenschap van gelovigen, de kerk, is het Lichaam van Christus, met Christus als haar Hoofd.  

12Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen één lichaam. Zo is het ook met het Lichaam van Christus. 13Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. 14Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. (1 Korintiërs 12:12-14).  

Het dompelen van het Lichaam van Christus in het Bloed symboliseert een spirituele doop van de gelovigen in Christus’ dood, begrafenis en Zijn glorieuze verrijzenis. Door het dompelen van het Lichaam, ofwel de kerk, in het Bloed wordt de verlossing door Zijn Bloed benadrukt.  

4We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. (Romeinen 6:4) 

Nadat de priester het Lichaam in het Bloed heeft gedompeld en aan het volk heeft getoond, zoals in de vorige editie beschreven, draait de priester zich om en sluit het gordijn.

Het gesloten gordijn vertelt ons dat de zonde mens en God scheidt. Hier wordt het gebed Ter voghormia (Տէր ողորմեա, Heer ontferm U). De gelovigen kunnen meezingen met het koor of een persoonlijk gebed voeren, om zich voor te bereiden op het innemen van het Lichaam en Bloed van Christus. Het gebed Ter voghormia luidt als volgt:

Heer ontferm U, Heer ontferm U,

Heer ontferm U, Heer ontferm U,

Allerheiligste Drie-eenheid, geef vrede op aarde, en genezing voor de zieken, het Koninkrijk voor de overledenen (letterlijk: diegenen die slapen).

Heer ontferm U, Heer ontferm U,

Jezus onze verlosser, ontferm U over ons. Door middel van dit heilige en onsterfelijke offer. Aanvaard onze gebeden Heer en ontferm U.

Na dit gebed zegt de diaken:

(Սաղմոս ասացէք Տեառն Աստուծոյ մերում, դպիրք … Saghmos asacek Tearn Astoeco meroem, dpirk …)

Zing psalmen voor de Here God, geleerden (het koor), zing geestelijke liederen met een zoete stem. Want Hem komen psalmen en lofzangen, alleluja’s (verheerlijkingen) en geestelijke liederen toe.

Gelovigen, zing liederen en psalmen en zegen de Hemelse Heer.

Op de mededeling van de diaken om psalmen te zingen reageert het koor en het volk met de volgende hymne:

Gezegend is God. Christus is geofferd en verdeelt onder ons. Halleluja.

Hij geeft Zijn lichaam als voedsel voor ons en Zijn heilige bloed besprenkeld ons. Halleluja. Nader de Heer en ontvang het Licht. Halleluja. Proef en ervaar hoe zoet de Heer is. Halleluja. Loof de Heer in de hemelen. Halleluja. Loof Hem in de hoogten. Halleluja. Loof Hem, al zijn engelen. Halleluja. Loof Hem, al zijn legermachten. Halleluja.

In de tussentijd dat het volk bidt en zingt, bidt de priester achter het gordijn. Hij doet een gebed waarin hij Christus als de Zoon van God betuigt, door te zeggen:

Ik belijd en geloof dat U Christus bent, de Zoon van God, die de zonden van de wereld droeg.

En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn Licham, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis – Lukas 22:19

De priester breekt het Brood in vier delen, doet deze in de kelk en zegt: ‘Het completeren van de heilige Geest.’

Hier wordt verwezen naar de dag van het Pinksterfeest en het uitstorten van de heilige Geest, zoals beschreven in Handeling 2. Het Brood symboliseert de éénheid in Christus.

Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood. – 1 Korintiërs 10:16-17

De vier delen symboliseren de vier delen van de wereld, ofwel de gehele mensheid, die door het Offer van Christus leven heeft gekregen. De priester vervolgt, in stilte, met een gebed van dankzegging en een gebed van heilige Johannes Chrysostomus.

4. Communie

Voordat wij het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus mogen innemen (Heilige Communie), moeten wij gaan biechten.  Wat zeggen wij hier precies? Wat zegt de priester tegen ons? 

Het biechten wordt Khosdovanoetyoen (Խոստովանութիւն) genoemd. De diaken zegt de biecht, gevolgd door ‘Megha Asdoedzo’ (Մեղայ Աստուծոյ), wat betekent: Ik heb gezondigd tegenover God. Het volk herhaalt dit om aan te geven dat zij hiermee eens zijn. De priester antwoord hierop met de woorden ‘Asdwadz toghoetyoen shnorhestse’ (Աստուած թողութիւն շնորհեսցէ), wat betekent: Moge God je vergiffenis geven. 

Het gesloten gordijn symboliseert de scheiding tussen mens en God door de zonde. Voordat het gordijn open gaat is er een gezamenlijke biecht. De gezamenlijke biecht kent twee onderdelen: de belijdenis van de zonden (de gelovigen biechten hun zonden) en de absolutie (de priester geeft vergeving). Een diaken knielt voor de priester, de gelovigen knielen met hem, en de diaken leidt de biecht. Als er een andere priester aanwezig behalve de priester die de heilige Liturgie doet, blijft het gordijn gesloten en doet die priester de absolutie. De Armeense kerk kent zowel een gezamenlijke biecht, zoals in de Liturgie, alsook een persoonlijke biecht. Tijdens de gezamenlijke biecht worden vele zonden genoemd. In de biecht zeggen wij dat we hebben gezondigd tegen God en vragen wij vergiffenis voor zonden die wij bewust maar ook onbewust hebben begaan, willens en onwillens. In de gezamenlijke biecht, biechten wij en vragen wij vergiffenis voor onze eigen zonden maar ook voor elkaars zonden. Samen zijn wij één kerk, het Lichaam van Christus. Paulus schrijft:

26Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde. 27Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. – 1 Korintiërs 12

Ieder individu dient bij zichzelf na te gaan welke zonden hij of zij heeft begaan en biechten. De gelovige zegt na iedere alinea met zondes ‘Ik heb gezondigd tegen God’ (Մեղայ Աստուծոյ Megha Astoeco) en de priester geeft vergiffenis door de te zeggen: Laat God u vergiffenis schenken (Աստուած թողութիւն շնորհեսցէ Astvac toghoetjoen shnorhesce). De macht om zonden te vergeven gaf Christus zelf aan de apostelen en de apostelen aan hun opvolgers. In de uitspraak van de priester lezen we dat het God zelf is die vergeeft.

Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend. – Johannes 20:23

Samengevat zeggen wij het volgende bij het biechten: Wij hebben gezondigd tegen de Heilige Drie-eenheid; de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dus God. Gezondigd in woorden, daden en gedachten, gewild en ongewild, wetend en onwetend. Dat wij met ons geest, gedachten en lichaam hebben gezondigd. Met de geest door bijvoorbeeld schijnheiligheid, gierigheid en onrechtvaardigheid.  Met gedachten door bijvoorbeeld sluwheid, irritatie en haat. Met het lichaam door bijvoorbeeld verwaarlozing en de narigheid die uit mijn mond komt (schelden en roddelen). Dat wij hebben gezondigd met de zeven doodzondes, namelijk ijdelheid, gierigheid, lust, jaloezie, vraatzucht, woede en luiheid. Dat wij hebben gezondigd tegen alle wetten van God, die wij geaccepteerd hebben, maar niet zijn nagekomen. Wij zijn geroepen om als een christen te leven, maar hier zijn wij niet waardig voor geweest met onze daden. Wij zeggen dat onze zondes oneindig zijn. Daarna vragen wij aan de priester of hij onze zonden kan ontslaan. Waarop de priester zegt dat hij met zijn priesterlijke gezag onze zonden ontslaat en dat wij hierdoor het sacrament, namelijk de Heilige Communie, in mogen nemen.

Na de biecht opent het gordijn en wordt het heilige Lichaam en Bloed uitgedeeld aan de gelovigen.

Na de biecht opent het gordijn en wordt het heilige Lichaam en Bloed door de priester uitgedeeld aan de gelovigen. Wanneer we ter communie gaan, komen wij als schepselen in gemeenschap met onze Schepper. Als gelovigen komen we ook in gemeenschap met elkaar en vormen wij daarmee het Lichaam van Christus, de Kerk. Het Lichaam en Bloed verbindt de gelovigen in broederlijke liefde en vrede.

48Ik ben het Brood des levens. 49Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. 50Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. 51Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is;  als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.  En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. 52De Joden dan redetwistten met elkaar en zeiden:  Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven? 53Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. 54Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. 55Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. 56Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij. 58Dit is het  brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. (Joh.6:48-58)

Wanneer het gordijn opengaat zegt de diaken: (Երկիւղիւ եւ հաւատով յառաջ մատիք…yergyoogheev yev havadov harach madeek…) ‘Nader met vreze en geloof, en treedt in communie in heiligheid. Zeg: Wij hebben tegen God gezondigd. Wij geloven in de heilige Vader, waarlijk God. Wij geloven ook in de heilige Zoon, waarlijk God. Wij geloven ook in de heilige Geest, waarlijk God. Wij belijden en geloven dat dit het levende en leven gevende Lichaam en Bloed is van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, en dat Dit vergeving en kwijtschelding van onze zonden zal zijn. Wij belijden en geloven.’

De gelovige nadert het Lichaam en Bloed, knielt en zegt: Ik heb tegen God gezondigd (մեղայ Աստուծոյ, megha Asdoedzo).

Het koor en de mensen zingen: (Աստուած մեր…Asdvadz mer, yev Der mer…) ‘Onze God en onze Heer is aan ons verschenen. Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere!’

Nadat iedereen communie heeft genomen zegent de priester en zegt:

Verlos Uw volk en zegen Uw eigendom, weid hen en draag hen tot in eeuwigheid. (Psalm 27:9).Hierna sluit het gordijn en volgt een dankzegging. Deze is beschreven in de editie van januari 2018.

Na het innemen van de Heilige Communie, gaan de gordijnen dicht en wordt er nog gebeden. De hele Heilige Liturgie (Badarak) draait om de Heilige Communie, waarom wordt na het innemen ervan, nog verder gebeden? 

Dit stukje wordt in het Armeens Kohapanoetyoen (Գոհաբանութիւն), in het Engels Thanksgiving, en in het Nederlands dankzegging genoemd. Het is het stukje van de Badarak waar wij ons dank uiten aan God voor de Heilige Communie.  

‘19En Hij (Jezus) nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ (Lucas 22:19). Hier spreekt Jezus Christus ook Zijn dank uit voor het brood en later voor de wijn, wat het Lichaam en Bloed van Jezus is.  

Het is belangrijk om ons te realiseren wat de Heilige Communie met ons doet, waarna wij begrijpen waarom wij God ervoor danken. De Heilige Communie is daadwerkelijk het Lichaam en Bloed van Christus. Het is geen symbolische gewoonte.  

‘53Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het Lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. 54Wie Mijn Lichaam eet en Mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken. 55Mijn Lichaam is het ware voedsel en Mijn Bloed is de ware drank.’(Johannes 6:53-54) 

Wat gebeurt er dan met ons zodra wij het Lichaam en Bloed van Christus innemen? Christus komt letterlijk in ons. Wij worden samen één met Christus. Wij worden ook één met elkaar, waarvan Christus het Hoofd is. Ook worden onze zonden vergeven door de Heilige Communie. Daarom is het belangrijk om God te danken voor de Heilige Communie. 

De afsluiting volgt na de Communie en dankzegging. De afsluiting bestaat uit drie delen. Een gebed, een lezing uit het heilige evangelie en een zegening. Het gebed is van Johannes Chrysostomus en gaat als volgt:

Priester: Heer, Die zegent wie U zegenen en hen heiligt die hun vertrouwen stellen in U. (Matt. 25:34, Gen. 12:3)

Volk: Gezegend is God.

Priester: Verlos Uw volk en zegen Uw eigendom, en bescherm de volheid van Uw Kerk. (1 Tim. 3:15, Ps. 28:9)

Volk: Amen.

Priester: Heilig hen die in liefde de schoonheid van Uw huis hebben begroet. Verheerlijk ons met Uw Goddelijke kracht en laat diegenen die hun vertrouwen in U stellen niet in de steek. (Efez. 5:25-27, 2 Pet. 1:3, Ps. 37:28)

Volk: Amen.

Priester: Geef vrede aan heel de wereld, aan de kerken, priesters, christelijke koningen en hun krijgsmachten en alle volkeren. (Joh. 16:33, Ps. 29:11, Ps. 85:8) 

Volk: Amen.

Priester: Want elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten en U zij glorie, heerschappij en eer, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. (Jak. 1:17, 1 Tim. 1:17)

Volk: Amen.

Het koor zingt psalm 113:2 terwijl de priester met de diakenen afdaalt. De priester zegt het volgende gebed als hij beneden staat:

U bent de vervulling van de Wet en de Profeten, Christus, onze Verlosser, die al Uw taken hebt vervuld die door de Vader waren gewenst. Vervul ook ons met Uw heilige Geest. (Mat. 5:17, Gal. 1:3-4, Joh. 20:22)

Hierna volgt de lezing uit het evangelie van Johannes 1:1-14. ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’ Het vleesgeworden Woord van God is Christus. Deze afsluitende lezing leert ons dat het Woord van God tussen ons is als de Heilige Geest, Gods drijvende kracht in ons leven.

De priester sluit af met een gebed:

Behoed ons Christus, onze God, in de schaduw van Uw heilige en eerbiedwaardige kruis. Bevrijd ons van zichtbare en onzichtbare vijanden. Maak ons waardig U te danken en te verheerlijken tezamen met de Vader en de Heilige Geest, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

De diaken vraagt om een zegening:

Ik zal de HEERE te allen tijd loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn. (Psalm 34:2)

De priester zegent het volk:

Wees gezegend door de genade van de heilige Geest. Ga heen in vrede en de Heer zij met u allen. Amen. (2 Kor. 13:14)

De gelovigen kussen de Bijbel en verlaten de kerk.