In dit hoofdstuk gaan wij je vertellen over de belangrijke personen uit de Bijbel. Hierin gaan wij bespreken wie zij zijn, waar zij in de Bijbel voorkomen, wat zij hebben gedaan en wat we hiervan kunnen leren.

Jona is één van de profeten die moest getuigen over het woord van God. Je kunt Jona terugvinden in het Oude Testament bij het boek ‘Jona’. Het boek is, in tegenstelling tot de boeken van andere profeten, een levensverhaal en niet een profetie. Een profetie is een uitspraak over een gebeurtenis dat gaat plaatsvinden in de toekomst. In de Oude Testament gaan profeties meestal over de komst van Jezus Christus.

Jona was een Joodse profeet die in opdracht van God naar Nineve moest gaan om de menigte te vertellen dat zij zich moesten bekeren. : Hij was bang om naar Ninevé te gaan, omdat het volk daar barbaars was en niet Joods. Hierdoor is hij van God weggevlucht en is hij met een boot naar Tarsis gegaan. God reageerde hierop met een storm op zee. Hierdoor gooiden de zeelieden Jona van de boot, waardoor er weer rust kwam op zee. Toen Jona van de boot werd gegooid, werd hij opgeslokt door een grote vis, waar hij drie dagen en drie nachten levend in verbleef. Na deze drie dagen werd hij door de vis uitgespuwd. Dit was een les voor Jona, waardoor hij verder ging naar Ninevé om toch de boodschap van God te verkondigen. ‘Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!’ (Jona 3:9). De mensen geloofden in God en begonnen zich te bekeren en gingen vasten. Na deze veertig dagen heeft God de stad met alle inwoners bespaard.

Wat kunnen wij nu leren uit dit verhaal? Wij kunnen leren dat wij, gedurende ons leven, altijd een kans hebben om ons te verbeteren en te bekeren. Ook leren we hier dat Ninevé refereert naar onze wereld, die vol Goddeloosheid zit. Ook leren we dat God van iedereen houdt, wat er ook gebeurt.

Jesaja is één van de grootste profeten uit de Bijbel die voorkomt in het Oude Testament. Om precies te zijn in het boek ‘’Jesaja’’. Jesaja leefde tussen 750 en 700 voor Christus als profeet in het hof van koningen van zijn geboorteplaats Koninkrijk Juda, wat hedendaags Israël is. Jesaja was de zoon van de profeet Amoz.

Het boek over Jesaja bestaat uit 3 delen. In het eerste deel roept Jesaja de mensen op om beter te leven, omdat het volk foute dingen doet, de mensen verkeerd met elkaar omgaan en de mensen verkeerd omgaan met de tempel. Ook predikt de profeet over de dag van de Heer, de dag waarop God niet alleen maar straft maar ook redt. Jesaja voorspelt ook betere tijden voor het volk, bijvoorbeeld over de koning Immanuël.

In het tweede deel bevindt het volk zich in de Babylonische ballingschap, een tijdsperiode waarin Babyloniërs het volk verbande van hun eigen land. Jesaja vertelt dat God het volk zal bevrijden met behulp van koning Cyrus ‘’Dit zegt de HEER tegen Cyrus, Zijn gezalfde, die Hij bij de rechterhand neemt, aan wie Hij volken onderwerpt, voor wie Hij koningen ontwapent, voor wie Hij deuren opent- geen poort blijft gesloten.’’ (Jesaja 45:1)

Het laatste deel gaat in op de tijd na het ballingschap. Het volk blijft zondigen en het nieuwe, grote koninkrijk voor het volk blijft maar uitgesteld. Jesaja zegt hierbij dat de foute en zondige leefstijl van het volk hier de oorzaak van is. Ze moeten hun leven veranderen en zich houden aan het woord van God. Dit moet worden nageleefd door rechtvaardig en eerlijk te zijn, door zich aan de sabbat te blijven houden en door offers en gebeden op te blijven dragen. Wanneer het volk God gehoorzaamt, wordt er beloofd: ‘’Alle volken zullen uw gerechtigheid zien. koningen zullen worden verblind door uw glorie en God zal u een nieuwe naam geven.’’ (Jesaja 62:2)

Eén van de belangrijkste prediken die Jesaja heeft gedaan is die over de komst van de Heer. Dit is te vinden in Jesaja hoofdstuk 9 vers 1 tot en met 9. Er wordt hier aan het volk verteld hoe de zoon van God, Jezus, naar de aarde zal komen. Hij zal zitten op de troon van koning David en er zal geen einde komen aan de vrede over zijn koninkrijk.

Daniël, ook wel Beltassasar genoemd door de Babyloniërs, was een profeet die leefde in het koninkrijk van koning Nebukadnezar. Daniël komt voor in het Oude Testament in het boek ‘Daniël.’ Daniël kwam met de kracht van God bekend te staan als een droomuitlegger en voorspeller van de toekomst, omdat hij de verre toekomst van Israël kon voorspellen met behulp van de dromen van koning Nebukadnezar. Wat hem misschien wel het meest bekend maakt is zijn verblijf in de leeuwenkuil.

Koning Nebukadnezar had een droom over een groot beeld dat bestond uit goud, zilver, brons, ijzer en leem. De koning vroeg aan vele mensen wat zijn droom betekende. Echter kon alleen Daniël de droom uitleggen. De verschillende materialen staan voor de sterkte van het koninkrijk. Het gouden hoofd van het beeld staat voor de koning, omdat God de eer gaf aan de koning om te regeren. Vervolgens komt er een andere koning die minder in waarde zal zijn. De derde koning zal nog minder in waarde zijn. Het ijzer staat voor een koninkrijk dat zo sterk is als ijzer dat alles kan verpletteren. Het laatste koninkrijk van leem zal half hard zijn en half broos.

De bestuurders van het rijk begonnen door te hebben dat Daniël erg succesvol was in het hof dus ze verzonnen een list om Daniël een strafbaar feit te laten plegen. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat hij opgepakt gaat worden. Ze gingen naar de koning en stelden hem voor een nieuwe regel in te stellen waarin stond dat alleen de koning de komende 30 dagen geprezen mocht worden. Wie dat niet deed, zou voor de leeuwen worden gegooid. De bestuurders deden dit, omdat ze ervan uitgingen dat Daniël de God van Israël zou blijven aanbidden. De koning had dat plan niet door en ging hier gelijk mee akkoord. Daniël aarzelde niet en bleef 3 keer per dag, hardop, bidden naar God. Dat zorgde ervoor dat de bestuurders naar de koning stapten en dat Daniël in de leeuwenkuil belandde. De koning kon die nacht niet slapen doordat hij wist dat Daniël nog leefde en ging onmiddellijk naar Daniël toe en riep: ‘’Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?’’ (Daniël 6:21) Daniël reageerde en zei dat God de muilen van deze leeuwen heeft gesloten en de koning gaf meteen het bevel hem uit de kuil te halen. Koning Nebukadnezar erkende dat God Daniël trouw was gebleven. Hij veranderde onmiddellijk de wet en beval dat: ‘’Iedereen in het machtsgebied van mijn koninkrijk eerbiedig ontzag moet tonen voor de God van Daniël.’’ (Daniël 6:27).

Wat wij uit deze verhalen kunnen halen is dat wij als gelovigen standvastig moeten zijn in ons geloof en dat in tijden van problemen of tegenslagen, God er altijd is voor ons. Daniël liet zien dat hij door zijn standvastigheid zich niet de les liet lezen door wetten die hem probeerden tegen te houden van de Wil van God. Hij ging onbevreesd de leeuwenkuil in en hij geloofde dat God hem zou redden. ‘’Hij redt en bevrijdt’’ (Daniël 6:28).

David was de tweede koning van Israël en een afstammeling van Abraham. Hij was de jongste van acht broers in zijn gezin en groeide op als herder. Hij was de vader van de bekende koning Salomo, die hem uiteindelijke zou opvolgen als koning van Israël. Ook is David bekend als de voorvader van Jezus, omdat Hij een afstammeling van David is. Het verhaal van David is te vinden in het Oude Testament onder de boeken 1 en 2 Samuël. Deze week gaan wij het hebben over wie David is, over zijn psalmen en wat wij van zijn verhalen kunnen opsteken.

David, de zoon van Isaï, werd in opdracht van God gezalfd door Samuel om opvolger van koning Saul te worden. Eenmaal bij het hof van Saul speelde David op de harp om de boze geest in Saul te verdrijven. Kort daarna versloeg David de Filistijn Goliath. Hij werd bevriend met de zoon van Saul, Jonathan en hij trouwde met de dochter van de koning. Koning Saul werd jaloers op David, omdat hij erg geliefd was door het volk. Hij maakte plannen om David te doden, maar David vluchtte. Na de dood van Saul, werd David koning. Onder zijn heerschappij was er na een lange tijd vrede in Israël.

Wat David ook kenmerkt, is de uiting van zijn poëtische kunst in zijn psalmen, wat letterlijk ‘’spreekgezang met snaarbegeleiding” betekent. Van de 150 psalmen, zijn er 73 door David geschreven. De psalmen die zijn geschreven, worden ook in de Heilige Liturgie gezongen van de Armeense Apostolische kerk, een paar voorbeelden zijn psalmen 42, 92 en 99. De psalmen die David heeft geschreven verkondigen de ideologie van ons geloof, namelijk lofprijs, dankbaarheid, geloof, hoop, verdriet over de zonde, Gods loyaliteit en hulp. Deze worden geuit in een zangvorm. De schrijvers van de psalmen drukten hun ware gevoelens uit, of ze nu God prijzen voor zijn zegeningen of klagen in tijden van nood. Een bekend voorbeeld is Psalm 50, waar David zijn berouw toonde nadat hij was vreemdgegaan. In deze psalm vraagt David om vergiffenis en reiniging van de zonden die hij is begaan. Deze psalm, maar ook vele andere psalmen die zijn geschreven, en die ieder een eigen betekenis of verhaal hebben, kunnen wij gebruiken en in onze gebeden aan God toezingen.

Er zijn veel dingen die we kunnen leren van David. Uit het verhaal waar David Goliath verslaat, kan je opmaken dat met de kracht van God alles kan, zoals de kracht die ‘‘de kleine David’’ kreeg om de ‘‘reus Goliath’’ te verslaan. Ook hebben we geleerd wat psalmen zijn, hoe het in onze kerkelijke dienst worden gebruikt, en waarvoor het dient. Wat David ons ook leert, is hoe we moeten communiceren en bidden tot God.

Salomo was de derde en laatste koning van het Verenigd Koninkrijk Israël en de zoon van David en Batseba, van wie hij de troon heeft opgevolgd. De naam van Salomo betekent ‘vrede’, wat erg toepasselijk was omdat er na het tijdperk van zijn vader David, de rust was wedergekeerd. Salomo regeerde over het Koninkrijk van Israël tussen 972-932 v. Chr. Het verhaal van Salomo komt voor in I Koningen 1-11, I Kronieken 23-29 en II Kronieken 1-9. Hier wordt verteld over zijn wijsheid, zijn grote koninkrijk en de start van de bouw van de eerste tempel in Jeruzalem.

Tijdens een droom mocht Salomo één wens doen van God. Salomo kon kiezen uit bijvoorbeeld rijkdom, een lang leven of de dood van zijn vijanden. Hij koos echter voor wijsheid. God was tevreden met zijn keuze en maakte hem de wijste man die ooit heeft geleefd. Omdat hij een wijze wens had gedaan kreeg hij ook roem, rijkdom en een lang leven zolang hij zich hield aan de geboden.

Een bekend verhaal waar zijn wijsheid naar voren komt, is het verhaal met de twee moeders.

Twee moeders die in hetzelfde huis woonden, kregen ongeveer op hetzelfde moment een baby. Een van de baby’s was gestorven tijdens zijn slaap. De twee moeders kregen over van wie de levende baby was. Daarom vroegen ze Salomo om hulp. Hij stelde voor om de baby in tweeën te hakken en eerlijk te verdelen. De ene moeder accepteerde het idee, de ander zei dat ze liever het kind levend wilde hebben bij de andere moeder dan het te doden. Salomo wist daardoor dat de tweede moeder de echte moeder van het kind was. Uit dit verhaal bleek dan ook dat Salomo wijs was en wist hoe hij problemen moest oplossen.

Drie jaar nadat Salomo koning werd gaf hij de opdracht om de bouw van de tempel van Jeruzalem in gang te zetten, een idee wat zijn vader David eigenlijk al wilde waarmaken. Dit was toen niet toegestaan door God ten boodschap van de profeet Natan. De reden voor dit verbod was omdat David een krijgsman was, oorlogen had gevoerd en veel bloed had vergoten. Nadat Salomo de blauwdruk van het ontwerp van de tempel had gekregen van zijn vader, zette hij de bouw in gang. De tempel werd uiteindelijk gebouwd in 7 jaar. De tempel is na honderden jaren gebruik en dienen verwoest in 586 v.Chr. door het Babylonische ballingschap van Nebukadnezar II.

Het rijkdom waar Salomo over regeerde was van immense grootte. Salomo heerste namelijk over het grootste grondgebied dat Israël ooit in de geschiedenis van het bestaan heeft gehad.. Het koninkrijk reikte vanaf de Rivier de Eufraat tot het land van de Filistijnen en de grens van Egypte. De mensen in het koninkrijk van Salomo leefden dan ook in vrede, in tegenstelling tot het koninkrijk van David. In de 42 jaar dat Salomo regeerde is er geen oorlog gevoerd. Niet alleen de mensen in het koninkrijk van Salomo zelf wisten van alle rijkdom en wijsheid, ook leiders uit andere landen wisten van zijn wijsheid en kwamen vanuit de verste landen naar hem toe om hem wijsheid te raadplegen en zijn wijsheid te testen.

Er is heel veel te leren van koning Salomo. We kunnen nooit net zo wijs worden als hij, maar we moeten wel proberen om zijn de wijsheid, die staat beschreven in de Bijbel, toe te passen in onze leven en zo dicht mogelijk bij hem in de buurt te komen. God geeft ons in onze leven keuzes. Het is onze taak om wijze keuzes en beslissingen te maken die goed zijn voor iedereen. Deze wijze keuzes kunnen gemaakt worden door naar God te bidden en om inzicht te vragen.