Boodschappers van God: Salomo

Koning Salomo, de derde en laatste heerser van de verenigde natie Israël, volgde koning Saul en koning David op. Geboren als zoon van David en Bathseba, speelde Salomo een belangrijke rol in de bijbelse geschiedenis. Hij schreef het Hooglied, het boek Prediker en een groot deel van de Spreuken, waarmee hij een blijvende literaire erfenis naliet. Zijn regering, beschreven in 1 Koningen en 2 Kronieken, duurde 40 jaar.

Bij zijn troonsbestijging zocht Salomo de leiding van God. In een moment van goddelijke gunst kreeg hij de kans om iets te vragen. Met nederigheid erkende hij zijn behoefte aan wijsheid om rechtvaardig te regeren en vroeg hierom. God schonk hem niet alleen ongeëvenaarde wijsheid, maar ook rijkdom en vrede voor zijn koninkrijk.

Een bekend voorbeeld van Salomo’s wijsheid is het verhaal van twee vrouwen die ruzie maakten over wie de echte moeder was van een baby (1 Koningen 3:16-28). Salomo stelde voor om de baby in tweeën te snijden, omdat hij geloofde dat de echte moeder liever haar aanspraak opgaf dan haar kind te zien sterven. Dit onthulde wie de echte moeder was en liet zien hoe wijs en medelevend Salomo was. Een ander de koningin van Sheba hoorde over Salomo’s wijsheid en daarom een lange afstand reisde om zijn koninkrijk te zien. Ze was onder de indruk van wat ze zag, prees Salomo’s wijsheid en erkende de aanwezigheid van God in zijn regering (1 Koningen 10:3-5).

Een ander bekend hoogtepunt tijdens Salomo’s regering was zijn leiderschap bij de bouw van de Tempel van Salomo in Jeruzalem. De bouw van de tempel was een spirituele manifestatie van Salomo’s toewijding aan God. Salomo verwezenlijkte met deze tempel zijn verlangen om een blijvende plaats te creëren waar het volk kon samenkomen om God te aanbidden. De voltooiing van de Tempel van Salomo symboliseerde niet alleen fysieke pracht, maar ook de spirituele betrokkenheid van Salomo bij de eredienst en zijn zoektocht naar Gods zegen over zijn koninkrijk.

Kortom, Salomo’s regering wordt gekenmerkt door goddelijke wijsheid, rijkdom en vrede. Zijn slimme beslissing in het geschil over het kind laat zien hoe praktisch wijs hij was en hoe toegewijd aan rechtvaardigheid, waardoor hij een blijvende indruk achterliet bij het volk.

 

Vraag en antwoord: Waarom viert de Armeens Apostolische kerk Kerst op 6 januari?

In de Armeens Apostolische kerk is ‘Surb Tsnund’ (letterlijk: Heilige Geboorte) het feest

van de geboorte van Christus in Bethlehem en de doop van Christus door Johannes de

Doper in de Jordaanrivier. Dit wordt jaarlijks op 6 januari gevierd.

De reden waarom de Armeens Apostolische kerk kerst op 6 januari viert is omdat tot de

vierde eeuw de geboorte van Christus door alle christelijke kerken op 6 januari werd

gevierd.

 

Tot de vierde eeuw vierden alle christelijke kerken de geboorte van Christus op 6 januari.

Twee van de evangeliën in de Bijbel vermelden de geboorte van Christus, maar geven

geen details over de datum. De exacte datum is dus nooit historisch vastgesteld noch

opgenomen in de Evangeliën.

 

De mensen in West-Europa vierden op 25 december de geboorte van de zon. Toen het

christendom zich daar uitbreide besloot de Roomse kerk de eerste kerstdag te

verplaatsen naar 25 december, zodat de mensen niet meer de geboorte van de zon

vierden, maar de geboorte van Christus. Vervolgens wezen zij 6 januari aan als het feest

van de Driekoningen. De Armeens Apostolische kerk bleef echter trouw aan de traditie van de kerstviering op 6 januari.

 

Vroeger werd 50 dagen voorafgaand aan 6 januari gevast. Tegenwoordig wordt dit de eerste en laatste week van deze vastenperiode gevast. Deze periode is om ons geestelijk voor te bereiden op de geboorte van onze Heer Jezus Christus.

 

Op 6 januari begroeten wij elkaar met:

Groet:

Krisdos dznav yev haydnetsav (Jezus is geboren en geopenbaard)

Antwoord:

Orhnyal eh haydnutyune krisdosi (Gezegend is de openbaring van Christus)

 

Gebeden van de Heiligen: Hovhannes van Garni

De giftige pijlen van de onzichtbare vijand stroomden op mij af. Wees mijn schild van kracht en toevlucht, zodat ik mag leven. De gedachten van de goddelozen brachten ongeneeslijke slagen toe aan mijn ziel. Kom met mededogen naar mij toe en genees mij, O Meest Bekwame. Mijn vijanden omsingelden mij en sloten mij op in de strik van hun vloot. Roep je kracht op en kom en breng me weer tot leven. De agitatoren kleedden mij uit en brachten wond na wond toe, want ik droeg niet de wapenrusting van de gerechtigheid, noch had ik de helm van de hoop op verlossing op mijn hoofd, noch droeg ik het schild van het geloof, noch het zwaard van de woord. God, O Meest Machtige, neem je wapenrusting en beukelaar en kom mij te hulp. Breek de macht van de hooghartige tiran en zeg tegen mijn ziel: “Ik ben jouw redding.” Mijn ziel is vermoeid tot de dood. Troost uw dienaar. Ik ben u ondankbaar gebleken, O Barmhartige, en ik heb uw serene natuur, die geen woede kent, boos gemaakt. Gij die het kwaad niet gedenkt, vergeld mij niet overeenkomstig mijn wetteloosheid, maar verzoen mij in Uw barmhartigheid.

Ik roep je aan vanuit de diepten van de afgrond waarin ik ben gevallen, zoals Jona vanuit de buik van de walvis; trek mij uit de vallei van de duisternis naar het licht van je eeuwige leven. Ik ben diep in de afgrond van vernietiging gezonken; strek je arm uit en red mij.

Ik lijd dagelijks in mijn angst, want ik heb uw liefdevolle vriendelijkheid gefrustreerd, o mijn Heer. En de zorgelijke gedachten over de onblusbare toestand komen voortdurend voor mijn ogen. Ze botsen in mijn ziel als machtige golven, stijgen op als bergen. O Welwillende en Wraakzuchtige, Machtige Bezoeker, help mij en kalmeer de turbulente golven van mijn kwellende geest met de dauw van jouw mededogen

Mijn talloze overtredingen overspoelen mij als een donkere vloed die in een rivier wegebt, zondaar die ik ben. O Minnaar van de mensheid, adem de zoete adem van jouw wil en droog de vloed van mijn slechte daden op. Vergeef in uw genade mijn overtredingen en reken mij tot degenen die uw heilige naam liefhtebben. Zodat ik samen met hen uw wraakzuchtige liefde voor de mensheid kan verheerlijken, nu en altijd en voor altijd. Amen.

 

6 januari 2024

“Christus is Geboren, grote hulde aan ons allen. Gezegend is de openbaring van Christus”

Christus, de Zoon van God, leidt door zijn geboorte de wereld naar een nieuw leven. Het nieuw leven wordt in ons geplant wanneer Christus in onze ziel wordt geboren en ons hele wezen verlicht, ons naar licht, naar het goede, naar vrede en uiteindelijk naar de Schepper God leidt.

De geboorte van Jezus Christus is het wonder in de geschiedenis van de mensheid, waarbij een mens zich kan verwonderen over zijn leven dankzij Gods genade. We krijgen leven om met onze eigen vrije wil wat moois van te maken, gevoed door het vuur van dienstbaarheid. Natuurlijk rechtvaardigt het leven zichzelf vaak niet. Hier is de geboorte van Jezus de balans van die voorbeeldige levensloop, waarmee zowel de mens individueel als de hele mensheid herboren wordt.

De mensheid van vandaag smacht naar vernieuwing van het spirituele leven. Jezus moet in onze ziel geboren worden, zodat het leven van ieder van ons een wonder wordt. Het leven van ieder van ons wordt een stem van vrede te midden van de pijn van de wereld.

Wij zijn de geestelijke architecten van het leven dat wij van God hebben gekregen en het blijft aan ons om dat leven met Jezus te vullen, zodat zijn geboorte ons voor eeuwig naar een wedergeboorte en een nieuw leven zal leiden.

Het nieuwe jaar dat voor ons begint, is nieuw middels de geboorte van Jezus. Laten we met het bewustzijn van het geloof en de loop van het christelijk leven onze plichten jegens de wereld en de mensheid vervullen, als toezichthouders die door de mensheid zijn aangesteld. Het begin van het nieuwe jaar dat voor ons ligt, is een uitnodiging die leidt naar de geboorte van Jezus. Deze levensloop moet noodzakelijkerwijs een praktische uitdrukking krijgen, gewaardeerd door de diensten die wij leveren.

Aan de vooravond van het nieuwe jaar en de kerstvakantie wensen wij u oprecht het beste. Moge de Almachtige God de wereld in vrede bewaren. Laat mensen hun verzoek tot God richten en in zichzelf de visie vinden om mede-schepper met God te worden. Laat het jaar 2024 een jaar van dienstbaarheid worden, een jaar van het bezitten van de geest van vergeving, een jaar van eenheid en nationale opbouw, een jaar van liefde, en tenslotte een jaar van ontwikkeling en versterking van het geloof in God.

“Christus is Geboren, grote hulde aan ons allen. Gezegend is de openbaring van Christus”

Evangelie: Mattheüs 3:1-17

 

Optreden van Johannes de Doper

31In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 2‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ 3Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’ 4Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing. 5Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe, 6en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.

7Toen hij zag dat veel farizeeën en sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? 8Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, 9en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! 10De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 11Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; 12hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’

13Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. 14Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ 15Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. 16Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. 17En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

 

7 januari 2024

“Christus is geboren”

In de Armeense Kerk herdenken wij de overledenen na de vijf feestdagen. Gisteren begroetten we elkaar nog met het goede nieuws “Christus is geboren”. Met kindje Jezus in ons warme hart haastten we ons naar huis en met families verzamelden we zich onder elk dak om Zijn geboorte te vieren. Onze zielen verheugden zich met oneindige vreugde en we vergaten al het verdriet.

En vandaag, verzameld voor deze Heilige Tabernakel met andere gedachten, horen we de droevige aansporing van de diaken. “Laten wij voor de overleden zielen onze Heiland, Jezus Christus, smeken om hen tot rechtvaardige metgezellen te maken en ons leven te geven dankzij zijn barmhartigheid” (Getijdenboek).

De herinnering aan een verloren familielid vervulde elke ziel met enorm verdriet. Waar ieder zijn eigen persoonlijke pijn in zijn hart heeft, haastte ieder mens alsnog hierheen om zijn hart voor God te openen. Misschien is ons verdriet oneindig en worden de woorden niet omgezet in gebeden, maar verdrinken ze in onze keel. Misschien hebt u een ouder verloren of een kind dat u met grote liefde had grootgebracht. Vandaag herdenken we iedereen die we verloren hebben. Het kan zijn dat we nog niet in het reine zijn gekomen met de dood en dat zou u ook nooit kunnen doen, omdat de herinnering aan uw geliefde uw ziel elke keer zal vullen met stille haat tegen de dood. En misschien zijn wij ook boos op God en verwarren we de dood met God.

Een zee van verdriet verduistert de geest van mensen…. We kunnen niet zoveel verdriet in onze zielen vasthouden. We moeten onze hart vrijheid geven om te kunnen huilen in stilte. Tranen reinigen de ziel. Huilend om ons heen kijkend, zien we het beeld van Onze Lieve Vrouw, die veel huilende gezichten heeft gezien. Sommigen vroegen Hem om genade, sommigen om troost, en weer een ander om een ​​bittere bestraffing voor eigen geliefde.

Moeder en kind. Onze ziel wordt gevuld met ondraaglijke gevoelens. Het is de Moeder van God die Jezus, die gisteren werd geboren, in haar armen houdt. Als we om ons heen kijken, lijkt het erop dat niemand sterft, hier stroomt het eeuwige leven… Maar open uw ogen en u zult zien dat er verdriet schuilt achter het glimlach, het verdriet van een moeder dat lijdt onder de pijn van de voorbestemde dood van haar pasgeboren kind. Maar de Heilige Moeder glimlacht vredig.

Ieder die zijn hart verloor door het verdriet, verdwaalde in de zee van tranen en gaf over aan de grillige golven van wanhoop, is het verdriet groot. Maar als u uw ogen hier opnieuw opslaat, zegt deze heilige blik van Onze-Lieve-Vrouw u iets. Kijk en u zult het licht van troost in Haar ogen zien. De Moeder van God praat tegen ons. “Niet huilen. Hier is Mijn Zoontje, neem Hem als troost voor je gebroken hart, als pleister voor je tranen. Bewaar Mijn kind in je lijdende hart als het begin van een nieuw leven, als de hoop op de wederopstanding van je slapende.”

Haast je niet om de gebeden van Onze Lieve Vrouw te beantwoorden, maar bid in stilte, geknield voor het kind Jezus, dat in de kribbe van onze ziel ligt. “Jij, die in de wereld bent gekomen voor onze verlossing, heb medelijden met onze slapende mensen met je overvloedige barmhartigheid en oneindige liefde, sta ons toe in heiligheid te leven, want ook wij zijn vreemdelingen in deze vergankelijke wereld. Amen.”

Evangelie: Johannes 12:24-26

24Werkelijk, Ik verzeker u, als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vruchten voort. 25Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven loslaat, behoudt het voor het eeuwige leven. 26Wie Mij dient moet Mij volgen: waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie Mij dient zal door de Vader geëerd worden.

 

14 januari 2024

“En ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd” – Johannes 2:2

Johannes de Evangelist vertelt ons over een bruiloft in Kana, waarbij Jezus, zijn moeder en enkele discipelen aanwezig waren. Er is een gebrek aan wijn op de bruiloft. Interessant is dat noch de hoofd van de tafel, noch de obers vermeldden dat de wijn op is terwijl dat hun plicht is. Het aller belangrijkste ontbreekt: de wijn die vreugde symboliseert. Het is de moeder van Jezus die dit essentiële tekort aanpakt en tegen Jezus zegt: “Ze hebben geen wijn meer”. Jezus antwoordt. “Wat maakt het jou of mij uit, o vrouw? Mijn tijd is nog niet gekomen”. Met andere woorden, Jezus wilde zeggen dat het uur van zijn verheerlijking nog niet is aangebroken, waarbij de wijn wordt veranderd in het bloed van het nieuwe verbond voor verzoening en vergeving.

Vervolgens beveelt hij de bedienden om de zesstenen ketels met water te vullen. En daar gebeurt het wonder al, het water verandert in wijn, en dit is het begin van de wonderen van Jezus, die Zijn goddelijke glorie openbaart aan Zijn eerste discipelen, die voor het feest waren uitgenodigd.

Wat wilde Jezus ons leren door het bijwonen van de bruiloft in Kana? Allereerst wilde hij de kroon zegenen, tussen een man en een vrouw, en eraan herinneren dat de kroon een goddelijk sacrament is. God heeft het zo gewild en gezegend. “Wat God samengevoegd heeft, kan niemand uit elkaar halen”, zei Jezus. Daarom is het belangrijkste resultaat van de het trouwen de onoplosbaarheid.

Net zoals wijn essentieel is voor alle feesten en vreugden, zo is liefde essentieel en staat deze centraal in de huwelijksraad. Het is om deze reden dat we tijdens het kroningsceremonie lezen uit de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs, waarin Sint Paulus de mannen onderwijst, zeggende: “Weduwen, heb uw vrouw lief zoals Christus de kerk lief had en zichzelf (het leven) aan haar gaf.”

Zoals Maria tegen de bedienden zei. ‘’Doe wat Hij je gebiedt’’, en de bedienden gehoorzaamden de instructies van Jezus, noch kan een huwelijk niet overleven zonder wederzijdse gehoorzaamheid. Gezonde gehoorzaamheid, bewuste gehoorzaamheid en niet blinde gehoorzaamheid.

Wat er op de bruiloft in Kana gebeurde, kan immers bij elk huwelijk gebeuren. Het begint met enthousiasme en vreugde, maar dat aanvankelijke enthousiasme, net als de wijn op de bruiloft in Kana, na verloop van tijd zal de liefde in het gezin geleidelijk opraken en beginnen af ​​​​te nemen.

Daarom is de bruiloft in Kana een oproep aan koppels om Jezus bij hen thuis uit te nodigen en Hem te vragen het wonder van de bruiloft in Kana te herhalen, het wonder van het veranderen van water in wijn. Met andere woorden: om het water van onverschilligheid om te toveren in de wijn van liefde en vreugde, wederzijds respect en liefde. Zo zal Christus zijn heerlijkheid in alle huizen en gezinnen openbaren.

Evangelie: Johannes 2:1-11

Bruiloft in Kana

1Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4‘Vrouw, wat wilt u van Me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8Toen zei Hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ 11Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.

 

21 januari 2024

‘‘En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen. Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee. En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vreze. Maar terstond sprak hen Jezus aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.’’ – Mattheüs 14:24-28

De discipelen herkenden de stem van Jezus, maar wilden nog steeds niet geloven dat Hij het was. Het was mogelijk dat naarmate het beeld in hun ogen verscheen, het geluid ook in hun oren te horen was. Iedereen was in verwarring en aarzeling. Was het werkelijk Jezus die verscheen en sprak of was er sprake van schijnbaar bedrog? Peter, die bij zulke gelegenheden moedig naar voren stapte, zegt: “Heer, als U het bent, gebied mij dan over het water naar U toe te komen.” Nadat hij het positieve antwoord van Jezus heeft ontvangen, probeert Petrus Jezus te ontmoeten door over het water te lopen, maar voordat hij Hem bereikt, begint hij te zinken omdat hij bang is voor de stormachtige toestand van de golven. Jezus, die het geloof van Zijn apostelen op de proef stelde en de gevaarlijke toestand van Petrus zag, strekte onmiddellijk zijn hand uit en greep hem vast. Onze Heer haalt hem uit het water en zegt: ‘Ongelovige, waarom was je bang?’ Dan stapt hij in de boot, zwaait met de golven en alles kalmeert.’Er is geen wijsheid zonder God, geen ware kennis buiten Hem. De menselijke wetenschap is niet alleen onbetrouwbaar, maar ook destructief als deze onafhankelijk van God wordt gebruikt, zonder angst voor Hem. De grootste problemen, verwoestingen en pijnen ter wereld zijn veroorzaakt door de menselijke wetenschap in het algemeen. Niets heeft de wereld meer schade toegebracht dan de mens, omdat hij dacht, leefde en handelde zonder vrees voor God.

“Vrees God en houd je aan zijn geboden. dit is de persoon volledig, want God zal alle schepselen oordelen vanwege hun geheime daden, of ze nu slecht of goed zijn” (Prediker 12:13).

Waarom zou de mens zijn Vader vrezen? Dit is niet aanvaardbaar. Is God verschrikkelijk, slaand of straffend? Zijn wij bang voor onze ouders? Nee, integendeel, we houden van hen en respecteren ze. Als we het woord ‘angst’ vervangen door de woorden ‘respecteren, eerbiedigen ‘ of ‘vereren’, dan zullen we begrijpen dat een persoon onmenselijke daden kan beteugelen door God te respecteren en lief te hebben. In het geval van moord, beroving, diefstal en andere vormen van brute daden gebruikt het volk de volgende uitdrukking voor degenen die deze begaan: “Vrezen zij God niet?” of  “Hebben zij niet de vrees voor God in hun hart?” Natuurlijk zijn er ook gevallen die hieraan tegengesteld zijn, waarin rechtvaardige en zuivere mensen de oneerlijke banen die hen worden aangeboden, afwijzen.”Ik vrees God” of  “Er is een God in de hemel” enz. God vrezen betekent Hem met angst benaderen, ontzag hebben voor Zijn aanwezigheid, Hem eren en verheerlijken. In werkelijkheid betekent God vrezen niet alleen geloven in Zijn bestaan in de hemel, maar ook in Zijn aanwezigheid op aarde. Wie God vreest, heeft de wijsheid om zijn leven altijd bij zijn hemelse Vader te zien, om te leven en met vertrouwen en moed te zeggen: “De Heer is mijn licht en mijn leven, voor wie zou ik bang moeten zijn? De Heer is de toevlucht van mijn leven, voor wie zal ik beven?’’ (Psalm 26:1).

Laten we proberen onze zielen te reinigen en vredig te maken en als we de stem van de Heer horen zeggen: “Houd moed, wees bemoedigd, ik ben het, wees niet bang”, laten we dan klaar zijn, want Jezus kwam niet om bang te maken, maar om er te zijn voor degenen die in Hem geloofden.

Evangelie: Johannes 6: 15-21

15Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen mee te gaan, om Hem dan tot koning uit te roepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.

16Bij het vallen van de avond daalden zijn leerlingen af naar het meer; 17ze stapten in een boot en zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm. Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. 18Er stak een hevige wind op en het meer werd onstuimig. 19Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling Jezus over het water lopen; Hij was dicht bij de boot en ze werden bang. 20Maar Hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’ 21Ze wilden Hem aan boord nemen, en meteen kwam de boot aan land op de plaats waar ze naartoe wilden.

 

28 januari 2024

“Ik ben het Brood des levens” – Johannes 6:35

Brood symboliseert het daadwerkelijk voedsel. Wanneer iemand voor een etentje uitgenodigd wordt, zeggen ze: kom bij ons thuis eten. Uiteraard nodigen zij je niet alleen uit om brood te eten, maar voor een heel diner of lunch. Wanneer Jezus de broden vermenigvuldigt, vermenigvuldigt Hij ook de vissen, waardoor duizenden mensen grondig worden gevoed.

Brood, voedsel, is noodzakelijk voor het leven van mensen. Iemand die lange tijd geen voedsel heeft gehad, wordt zwak en kan zelfs van de honger omkomen. Er zijn nog steeds een aantal arme landen op de wereld waar mensen en kinderen honger lijden. Tegelijkertijd lijden veel mensen in de rijke landen aan zwaarlijvigheid, vaak als gevolg van te veel eten. Deze laatst genoemden streven ernaar een streng dieet te volgen, af te vallen en een harmonieuze lichaamsvorm te vinden en sommigen proberen hun gezondheid terug te krijgen.

Een mens werkt zijn hele leven door om in zijn dagelijks leven te kunnen voorzien, geen honger te lijden en te kunnen blijven leven tot de laatste dag van zijn leven. Dit is heel natuurlijk en legaal. De mens werkt om zijn dagelijks voedsel te voorzien.

In het evangelie van vandaag zien wij dat terwijl de mensen zich rond Christus verzamelden, wachtend op een nieuw wonder van brood, de Heer hen uitnodigt om van het ware brood te eten, waarvan ze, als ze ervan eten, nooit honger zullen lijden. Daarom volgen de mensen nog geïnteresseerder Jezus, in afwachting van welk nieuw wonder hij zal verrichten. Zij zijn zelfs bereid Hem tot Koning uit te roepen en de schriftgeleerden en Farizeeën over te laten om  Zijn leer te volgen. Dit is het belangrijkste punt waar de schriftgeleerden en Farizeeën op zaten te wachten, zodat ze zouden komen en zich tegen hem zouden verzetten en Jezus in een moeilijke situatie zouden brengen met diverse kwesties.

Maar Jezus wil hen en via hen ook aan ons uitleggen dat brood, ook al is het noodzakelijk voor het lichamelijk leven, niet het hoofddoel van het leven kan zijn. Er is nog iets anders in het lichamelijke leven dat niet door brood kan worden bevredigd. Daarom kwam Hij in de wereld om dat geestelijke voedsel te geven, het ware brood dat eeuwig leven geeft.

Wat is dat brood dat uit de hemel komt en leven geeft? Dat brood is in de eerste plaats de woorden van Jezus. Iedereen die in hem gelooft en de waarheid op zijn woord aanvaardt, zal in zichzelf het zaad van het eeuwige leven ontvangen, omdat hij gelukkig zal leven, vervuld van de hoop op het eeuwige leven. En het woord van Christus wordt geïdentificeerd met zijn persoon als hij zegt: Ik ben het brood des levens dat uit de hemel is neergedaald. dit brood is de Heilige Communie.

Wij kunnen elke zondag van dit hemelse brood eten als wij het Heilig Evangelie horen en dan naar het altaar gaan en de communie ontvangen. Door dat brood is Hij bereid ons geestelijk voedsel te geven dat ons altijd in leven zal houden. Laten we daarom luisteren naar het woord van de Heer en zijn lichaam met angst aanvaarden om ons eeuwig geluk te verzekeren.

Evangelie: Johannes 6:22-38

22De volgende dag stond de menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot was, en dat Jezus niet aan boord was gegaan maar dat zijn leerlingen alleen vertrokken waren. 23Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken. 24Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.

25Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’ 26Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, u zoekt Me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat blijft en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem die volmacht gegeven.’ 28Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.

30Toen vroegen ze: ‘Welk teken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? 31Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32Maar Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36Maar Ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u Me gezien. 37Iedereen die de Vader Mij geeft zal bij Mij komen, en wie bij Mij komt zal Ik niet wegsturen, 38want Ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat Ik zelf wil, maar om te doen wat Hij wil die Mij gezonden heeft.