Nieuwjaarsbericht

Beste broeders en zusters,

Ik feliciteer ons allemaal ter gelegenheid van het nieuwe jaar en bid tot God dat Hij Zijn zalige zegen aan alle Armeniërs zal schenken. Om als onze geesten te versieren met Zijn deugden en onze onze harten te verrijken met liefde voor God en liefde voor onze medemens. Laten we streven naar spirituele vernieuwing in het nieuwe jaar. Christus gebiedt ons te allen tijde: “Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is” (Matteüs 5:48), zo perfect, dat “jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel” (Matteüs 5:16). Laten we met deze boodschap uit het evangelie reflecteren op ons verleden en op weg naar ons nieuwe leven bereid zijn om goede en rechtvaardige daden te verrichten, zowel als individu als in onze gemeenschap en in onze maatschappij. En als opnieuw geboren wezens, als ‘kinderen van het licht,’ onze geesten voor te bereiden op het glorieuze nieuws van de geboorte van Jezus Christus.

Laat Gods genade, liefde en vrede nu en voor altijd met ons zijn.

Amen.

 

6 januari

“Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft” (Lucas 2:14)

En nogmaals, vanaf de altaren van onze kerken luidt het goede nieuws; de geboorte van onze Heer Jezus Christus en de openbaring van Zijn Goddelijkheid, het grote nieuws van het begin van de redding van de mensheid, dat werd verkondigd vanuit Bethlehem uit de hoogten van de hemel.

De evangelist Lucas vertelt ons: “En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd. En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere. “(Lucas 2: 9-11).

Zoals de herders van Bethlehem tweeduizend jaar geleden het te horen kregen, krijgen wij allemaal vandaag de dag dezelfde boodschap: de geboorte van de Verlosser Jezus: “Christus is geboren en heeft zich geopenbaard. Voor ons en voor u groot nieuws.’’

Wij allen, als gelovigen van de Armeense Apostolische Kerk, aanvaarden en dragen dit grote en prachtige nieuws. Daarom moeten we voorzichtig zijn dat we niet alleen de ontvangers van dit goede nieuws zijn, of eenvoudigweg degenen zijn die in woord bekennen. Laten we degenen zijn die de boodschap van Christus in ons dagelijks leven, in onze gemeenschapsleven en op onze werkplaatsen tot leven brengen.

De grootste boodschap die Jezus aan de hele wereld verkondigt door Zijn geboorte, is het vestigen van vrede en welwillendheid onder de mensen.

Laten we vreugdevol de verkondiging van de geboorte van Christus vieren als het allerhoogste goede nieuws dat is aangewezen om een vreedzame omgeving te scheppen voor het leven op aarde. Een goed leven te brengen voor de mensen en volkeren, voor solidariteit, wederzijds begrip, wederzijdse vergeving, broederlijke liefde en samenwerking om humanitaire, constructieve en goede doelen te verwezenlijken.

Laten we met deze gedachte het grote nieuws vieren en bidden dat het lied van de engelen: ‘vrede en saamhorigheid tussen mensen’ meer en meer in ons hart en leven straalt, “Want God is niet een God van wanorde maar van vrede” (1 Korintiërs 14: 33). Laten we ook bidden dat “de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven” (2 Tessalonicenzen 3:16) in onze gezinnen, in onze werken, op onze werkplekken en in ons kerkelijk gemeenschapsleven.

“Christus is geboren en heeft zich geopenbaard. Voor ons en voor u groot nieuws.”

Evangelie: Lucas 2:8-14

De herders en de engelen

8En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en ‘s nachts de wacht hielden over hun kudde. 9En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd. 10En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, 11namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere. 12En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe. 13En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: 14Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.

 

13 januari

‘’En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was.’’ (Lukas 2:21)

Het is de achtste dag na de geboorte van Jezus Christus en samen vieren we de naamgeving van onze Verlosser. De naam van iemand heeft een grote rol in zijn leven, want ieder persoon wordt met zijn naam genoemd en daarmee wordt iedere goede of slechte daad bekend onder die naam.

In het verre verleden werd er grote betekenis gegeven aan namen. In iedere maatschappij werden namen gevormd gebaseerd op de geschiedenis, cultuur en traditionele waarden van die tijd en plaats. Mensen streefden ernaar om hun kinderen te benoemen naar bepaalde kenmerken die zij terug wilden zien in hun kinderen. De kinderen streefden ernaar om een waardige drager van hun naam te zijn.

Het belang van namen wordt al het in eerste boek van de Bijbel getoond: “En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water! En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was. En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo.” (Genesis 1:3-11)

Hierna lezen we dat God Adam schept en heerschappij geeft over de vissen, vogels en alle dieren. God geeft Adam de eer om de dieren te benoemen en benadrukt hiermee de rol en belang van namen. Ook het begin van het eerste boek van het Nieuwe Testament toont het belang van namen. Het Nieuwe Testament begint met het geslachtsregister van Jezus Christus, een opsomming van de afstammelingen van Abraham tot Jezus Christus.

Als we de oorsprong van de naam Jezus beschouwen, zien we dat het de Griekse variant is op de Hebreeuwse naam Jesjoe of Jesjoea, wat betekent ‘God redt’ of ‘God is de redding.’ Christus is de Griekse variant op het Hebreeuwse woord Messias, wat ‘gezalfde’ betekent. Immanuel is ook een naam van onze Heer, wat vertaald uit het Hebreeuws ‘God met ons’ betekent. Hiermee hebben we ‘God redt’, ‘Hij is de gezalfde’ en ‘God is met ons.’ Zoals we zien bevat de naam van de Heer grote vertrouwen en kracht. God komt het beste overeen met Zijn heilige naam, want Hij offerde Zijn leven om ons te redden uit de klauwen van de zonde. In Zijn aardse leven, vol van volmaakte liefde en barmhartigheid, en met het sturen van de Heilige Geest na Zijn hemelvaart, toonde Hij dat Hij werkelijk met ons is. Deze feiten geven ons als christenen, overal en altijd kracht.

Apostel Petrus zegt: “er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.” (Hand. 4:12) behalve de naam van Jezus Christus. Apostel Paulus zegt: “Daarom heeft God Hem hoogt verheven en Hem de Naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de Naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, en op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.” (Filip. 2:9-11). Totdat apostel Paulus zich bekeerde vervolgde hij christenen en heette hij Saurus. De Heer Jezus zegt in een dialoog met apostel Ananias het volgende over Saurus: “Ga, want hij is het instrument dat Ik gekozen heb om Mijn Naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van Mijn Naam. (Hand. 9:15-16). Christus zegt het volgende over Zijn Naam: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.” (Joh. 16:23).

Nu is het tijd om onszelf af te vragen wat de Naam van God is voor ons. Wat betekent het voor ons wanneer we zeggen: “Oh mijn Christus, oh mijn Jezus.” Wanneer we deze heilige Naam uitspreken vullen onze harten zich daadwerkelijk met Zijn Licht, worden onze geesten verzacht met Zijn liefde? Voelen we de heiligheid van Zijn Naam, zoals we het Gebed des Heren zeggen: “Laat Uw naam geheiligd worden” (Luc. 11:2)? De Naam Jezus Christus moeten wij met vreze uitspreken en als we Zijn Naam horen moeten we met grote vreugde zingen: “De Naam van de HEER zij geprezen van nu tot in eeuwigheid” (Psalm 113:2), amen.

Evangelie: Lucas 2:15-21

15En het geschiedde, toen de engelen van hen weggegaan waren naar de hemel, dat de herders tegen elkaar zeiden: Laten wij dan naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat er geschied is, dat de Heere ons bekendgemaakt heeft. 16En zij gingen met haast en vonden Maria en Jozef, en het Kindje liggend in de kribbe. 17Toen zij Het gezien hadden, maakten zij overal het woord bekend dat hun over dit Kind verteld was. 18En allen die het hoorden, verwonderden zich over wat door de herders tegen hen gezegd werd. 19Maar Maria bewaarde al deze woorden en overlegde die in haar hart. 20En de herders keerden terug en zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was. 21En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was.

 

20 januari

‘’Wat hij ook tegen jullie zegt, doe het!’’ (Johannes 2:5)

In het evangelie van Johannes lezen we dat er een bruiloft was in Kana, waarvoor moeder Maria, Jezus en Zijn discipelen waren uitgenodigd. Gedurende de bruiloft ging de wijn op en moeder Maria vertelde Jezus hierover. Jezus antwoorde eerst dat Zijn tijd nog niet was gekomen, maar daarna beval hij de dienaren om zes watervaten met vers water te vullen en ze naar de tafel van de ceremoniemeester te brengen om te proeven. Toen de ceremoniemeester de wijn dronk, was hij verbaasd en vroeg zich af waarom de bruidegom deze goede wijn had bewaard en het zijn gasten niet aan het begin van de bruiloft had gegeven (Johannes 2: 1-11).

De verhalen op de pagina’s van het heilige Schrift, de daden en instructies van de Heer en elk woord dat van Zijn lippen wordt gesproken, bevatten diepere betekenissen dan de lezer in eerste instantie ziet.

We zien gedurende het aardse leven van Christus dat de Heer Jezus herhaaldelijk deelnam aan vreugdevolle tafels. Hij hield zich niet op afstand van de vreugde van de mensen en zonderde zich niet af van zondige mensen, want zoals Hij zelf zei: “Gezonden hebben geen dokter nodig, maar de zieken”, en “Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Markus 2:14-17). In het geval van Christus is alles duidelijk. Overal waar Hij ging werd alles gereinigd door Zijn goddelijke aanwezigheid. In ons geval zou dit hetzelfde moeten zijn. Als wij de heiligheid van Christus in ons dragen, we Zijn boodschappen volgen en Zijn wijsheid raadplegen om ons dagelijks leven, te leven zonder te vallen, dan behouden wij ook onze reinheid. Dan houden wij ons afgezonderd van verleidingen en hartstochten, in welke omgeving we ons ook bevinden.

De heilige Maagd Maria vertelt ons de volgende boodschap van dit wonder. Ze zag dat de gastheren van de bruiloft op dat moment voor een serieus probleem stonden, omdat de wijn, die een onafscheidelijk onderdeel was van het huwelijksfeest, op was en dat was zeer beschamend voor de gastheren. De barmhartige Moeder is altijd meelevend met hen in nood, en bemiddelt bij haar eniggeboren Zoon. Zij bleef ook die dag niet onverschillig en met haar hart vol moederliefde haastte ze zich om de gedupeerden te helpen. Met haar moederlijke vertrouwen en geloof benadert zij haar Zoon en stelt nederig het probleem voor. “Ze hebben geen wijn”. Hier onthult Jezus Christus, op een duidelijke manier, Zijn liefde voor Zijn eilige Moeder. Hij dwingt Zijn Moeder niet om te herhalen wat ze zei en verwacht ook niet dat zijn moeder hem smeekt, en hoewel het nog te vroeg is om Zijn goddelijkheid volledig te onthullen, wijst Hij Zijn Moeders voorspraak niet af en haast zich om hetgeen wat zij vroeg te verrichten. Dit is een belangrijke les voor ons. Dat wij nooit de kracht van de voorspraak van de Moeder Gods mogen vergeten en met groot geloof om haar barmhartigheid vragen.

​Maar laten we niet over de serieuze voorwaarde vergeten, die de heilige Moeder tegen de serveersters zei: “Wat hij ook tegen jullie zegt, doe het!” (Joh. 2:5): De kerkvaders zeggen dat de Maagd Maria in deze enkele zin het hele evangelie heeft gepredikt en ons de sleutel tot geluk heeft gegeven, omdat alles zoals onze gewenste wonderen, of de genezingen, of de weg naar eeuwig leven afhangt van in hoeverre we doen wat de Heer Jezus Christus zegt.

De bedieners van het huwelijk van Kanaän onderworpen zich stilzwijgend aan het woord van Christus en werden getuige van een wonder. Hetzelfde kan ons overkomen en de keuze is aan ons. maar het motief voor ons is niet de verleiding om wonderen te zien, maar de volledige gehoorzaamheid aan Gods heilige Wil en Woord.

Evangelie: Johannes 2:1-11

De bruiloft in Kana

1En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was daar. 2En Jezus was ook voor de bruiloft uitgenodigd, en Zijn discipelen. 3En toen er een tekort aan wijn ontstond, zei de moeder van Jezus tegen Hem: Zij hebben geen wijn meer. 4Jezus zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen. 5Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het. 6 En daar waren zes stenen watervaten neergezet, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand. 8En Hij zei tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de ceremoniemeester; en zij brachten het. 9Toen nu de ceremoniemeester het water geproefd had, dat wijn geworden was – hij wist niet waar de wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het – riep de ceremoniemeester de bruidegom. 10En hij zei tegen hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor, en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere; u hebt de goede wijn tot nu bewaard. 11Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

 

27 januari

“Er kwam licht op de wereld, maar de mens hield meer van de duisternis dan van het licht” (Johannes 3:19)

De geest van de mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en streeft van nature naar het goede, goddelijkheid en licht. Met Christus werd alles nieuw, het onmogelijke werd mogelijk. Hij gaf ons de grootste eer om kinderen van God te worden, als we in Zijn naam geloven zoals Hij zelf zei: “Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden” (Johannes 1:12). Alleen de mens mag God Vader noemen. Zoals St. Yeghishe zegt in zijn uitleg op het Gebed des Heren (Onze Vader): “De engelen hebben niet de macht om dat te zeggen, hoewel ze krachtig en spiritueel zijn, het zijn dienaren en geen zonen”. En hij waarschuwt de mens. “O mens, wees voorzichtig voor je ziel, zie hoe eervol je bent dat je autoriteit krijgt om God je Vader te noemen …”. Daarom zijn we verplicht om Gods Wil uit te voeren, als Zijn kinderen. Als we kinderen zijn dan zijn wij ook de erfgenamen van het koninkrijk van God, volgens de heilige apostel Paulus (Romeinen 8: 16-17).

Maar om waardig te zijn voor het Koninkrijk, dienen we dit aardse leven te leven als geliefde kinderen van God, als ‘kinderen van het licht.’ Om ‘kinderen van het licht’ te worden dienen we te geloven in het Licht, zoals onze Licht, God zeg: “Geloof in het licht zolang u het licht bij u hebt, dan bent u kinderen van het licht” (Johannes 12:36). De Heilige Apostel zegt: “want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. Onderzoek wat de Wil van de Heer is. Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist.” (Efeziërs 5:8-11).

Zelfs in de verbazingwekkende wereld die door God is geschapen zien we dat bijna alles in de natuur neigt naar het licht. Kleine planten en dikke bomen, vogels en gevleugelde insecten streven naar de leven gevende zon en daarmee onuitgesproken erkennen dat de lichtbron een onmiskenbaar feit van het bestaan is. Er zijn veel voorbeelden in de natuur. De irrationele wereld leert ons, de rationele schepselen, om te streven naar het leven-gevende Licht.

“God is licht en er is geen duisternis in Hem. Als we zeggen dat we met Hem tijdens het avondmaal zijn, maar in de duisternis wandelen, liegen we en leven we niet naar de waarheid” waarschuwt de Evangelist van de liefde apostel Johannes. “Maar als we in het licht wandelen zoals Hij in het licht is, zijn we in gemeenschap met elkaar en het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van alle zonde” (Johannes 1: 5-8).

En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. (1 Johannes 1:5-8)

Laten we wandelen in het Licht, het ware Licht en in de voetstappen van de Verlosser, de weg die Hij heeft laten zien, dat eindigt met het eeuwige leven en onsterfelijkheid in de hemelse koninkrijk van licht en vreugde. Waar sprake is van het leven zonder de dood, onsterfelijkheid zonder veroudering, licht zonder duisternis, vreugde zonder verdriet, waar geen nacht is, want Gods heerlijkheid verlicht elk uur (Openbaring 21: 23-27).

Evangelie: Johannes 3:13-21

13En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. 14 En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, 15opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 16Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. 19En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. 20Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden. 21Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar wordt dat ze in God gedaan zijn.