De apostel Johannes onderscheidde zich als een geliefde vriend van Jezus. Hij is de schrijver van vijf boeken in de Bijbel (Het Evangelie volgens Johannes, de 3 brieven van Johannes en Openbaringen) en een pilaar in de Christelijke kerk. Ook was hij één van de eerste gekozen discipelen van de Heer en was hij de jongste van allen.

Johannes en zijn broer Jakobus, een andere discipel van Jezus, waren vissers in de Zee van Galilea toen Jezus hen riep om Hem te volgen. Ze werden later onderdeel van Christus Zijn meest betrokken personen, samen met de apostel Petrus. Zo hadden ze voorrecht bij Jezus te zijn tijdens het opwekken van de dochter van Jaïrus uit de dood, tijdens de transfiguratie en ook bij de lijdensweg van Jezus in Gethsemane.

De loyaliteit van Johannes voor Jezus was enorm. Hij was de enige van de 12 apostelen die tijdens de kruisiging van Christus aanwezig was. Na de komst van de Heilige Geest over de apostelen (Pinksteren) werkte hij samen met Petrus om onbevreesd het Evangelie in Jeruzalem te prediken en leed daarvoor martelingen en gevangenisstraf.

Johannes benadrukt voortdurend dat Jezus de Christus was, de Zoon van God, gezonden door de Vader om de zonden van de wereld weg te nemen. Hij gebruikt veel titels voor Jezus, zoals het Lam van God, de opstanding en de wijnstok. In het hele evangelie van Johannes gebruikt Jezus de uitdrukking “Ik Ben”, waarmee hij zich onmiskenbaar identificeert met God. 

Apostel Johannes diende de kerk in Jeruzalem vele jaren en verhuisde daarna naar de kerk in Efeze. Tijdens één van de vervolgingen van Johannes werd Johannes naar Rome gebracht en in kokende olie gegooid maar hij kwam zonder wonden tevoorschijn. Later werd Johannes verbannen naar het eiland Patmos. Hij was de laatste discipel die nog leefde. Hij stierf op hoge leeftijd in Efeze, rond 98 na Christus.

Tegen het einde van het leven van Johannes wordt gezegd dat hij voortdurend de uitdrukking: “Mijn lieve kinderen, heb elkaar lief!” herhaalde. Hij deed dat omdat hij geloofde dat dit het belangrijkste gebod van de Heer was.

In de eerste eeuw werd Bartholomeüs geboren in Kana in Galilea. Hij werd verkozen tot één van de twaalf apostelen van Christus. De naam Bartholomeüs betekent ‘God heeft gegeven’ in het Hebreeuws. Voor het overige is er niet veel bekend over het leven van deze Bartholomeüs voordat hij apostel werd.

Bartholomeüs was als apostel persoonlijk getuigen van de wonderen van Jezus. Hij woonde ongeveer drie jaar bij Jezus samen met de rest van de apostelen. Na de dood, opstanding en de hemelvaart van Christus ging hij onder andere naar India, Perzië, Ethiopië, Part, Mesopotamië en Armenië om het christelijk geloof te verspreiden.

Doordat Bartholomeüs en Taddeüs de eerste personen waren die in Armenië het christelijke geloof bekend maakten en verspreidden, worden zij in de Armeens Apostolische kerk ‘de eerste verlichters van Armenië’ genoemd. Hoewel hij altijd de waarheid over Jezus sprak, geloofden sommige mensen hem niet en werd hij gemarteld en vermoord in Armenië.

De apostel (Simon) Petrus was één van de 12 apostelen van Christus. Hij is een van de drie apostelen die Jezus het dichtst bij Zich hield.

De naam Petrus (Kefas) betekent letterlijk ‘rots’. Jezus gaf hem deze naam toen hij Hem voor het eerst ontmoette (Johannes 1:43). Jezus vertelt later dat Petrus de rots zal zijn waar Hij Zijn kerk op zal bouwen.

Petrus staat symbool voor veel verschillende dingen. Eén daarvan is een herdersstaf. Het staat voor de rol van Petrus als herder van de kudde van Jezus zelf. Na de opstanding van Jezus gaf Hij de opdracht aan Petrus om Zijn herderdienst te leiden toen Hij hem instrueerde: ‘Weid Mijn schapen’ (Johannes 21:15-17).

Petrus wordt vaak afgebeeld met sleutels. Nadat hij zijn geloofsbelijdenis in Jezus als de Messias en de Zoon van de levende God had gemaakt, zei Jezus ‘…En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven…’ (Mattheüs 16:19).

Na de opstanding van Jezus werd Petrus één van de meest invloedrijke christelijke leiders. In het boek van Handelingen zien we dat Petrus de persoon was waar de eerste christenen voortdurend op vertrouwden. Hij groeide uit tot een begaafd prediker en moedige leider.

De apostel Mattheüs behoorde bij de 12 apostelen van Christus en was de schrijver van één van de Evangeliën van Jezus.

In de Evangeliën zien we dat een paar van de apostelen een naamsverandering ondergingen nadat ze zich bij Jezus hadden gevoegd (net als dat Simon Petrus werd). Op dezelfde manier werd Levi veranderd in Mattheüs.

Voordat Mattheüs Jezus volgde, was hij niet geliefd onder de Joden. Hij was namelijk een tollenaar (een belastinginner voor de Romeinen). Joden vertrouwden de Joden die werkten voor het Romeinse rijk niet. De meesten werden ook als hebzuchtig en egoïstisch beschouwd. Het leven van Mattheüs, voordat hij Jezus volgde, maakt hem dan ook een interessant persoon als apostel van Christus.

Christus benaderde Mattheüs toen hij belasting inde. Hij zei: ‘Volg Mij.’ (Mattheüs 9:9). Onmiddellijk stond hij op en volgde Hem en liet zijn verleden achter hem.

Na de roeping van Mattheüs nodigde hij Jezus uit voor een feestmaal. Toen de schriftgeleerden en Farizeeën dit zagen, bekritiseerden ze Jezus omdat Hij samen met tollenaars en zondaars had gegeten. Dit bracht Jezus ertoe te antwoorden ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ (Markus 2:17).

Het verhaal van Mattheüs is voor iedereen die zich niet waardig voelt voor het christendom. Jezus zal ons niet veroordelen om ons verleden, maar Hij vergeeft ons. Hij roept ons op tot een nieuw leven van heilige vriendschap met Hem. Een vriendschap die we ook aan anderen willen doorgeven.

Saulus werd geboren in Tarsus en als jonge jongen werd hij opgevoed in een streng en goed opgeleid Joods gezin. Zijn familie leefde tijdens de periode van het Romeinse Rijk en kreeg het Romeinse burgerschap. Saulus vervolgde de vroege christenen, achtervolgde hen van stad tot stad en zette hen gevangen. Ook nam hij deel aan de steniging van de Heilige Stefanus, die nu bekend staat als de eerste martelaar van het christendom.

Toen Saulus op weg was naar Damascus op zoek naar christenen, werd hij omstraald door een licht uit de hemel en viel hij op de grond. Hij hoorde een stem tegen hem zeggen: ”Saulus, Saulus, waarom vervolg je Mij?’. Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt.” (Handelingen 9:4-5).

Het licht verblindde Saulus en hierdoor moest hij naar Damascus worden geleid. Daarna werd er een discipel gestuurd om zijn gezichtsvermogen te herstellen. Dit alles resulteerde in de bekering van Saulus tot het christendom. Hij was geroepen door God om het Evangelie te verspreiden onder zowel hoge adel als joden als heidenen. Wanneer Saulus een volger werd van Jezus, veranderde hij zijn eigen naam naar Paulus, wat betekend ‘nederig/klein’.

‘Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd.’ (1 Korinthiërs 15:9).

Paulus was van nature niet de agressieve en leidingnemende type. Deze eigenschappen zien wij wanneer hij naar de christenen in Korinthië ging. Hij stond met angst voor hen. Zijn spreekvaardigheid was ook niet wonderlijk.

Het leven van Paulus was niet gemakkelijk. Hij werd geconfronteerd met constante overwinningen en verliezen. Voorbeelden hiervan zijn vijanden die hem sloegen en mishandelden, de ziektes die zijn lichaam verzwakte, velen die zijn preken voortdurend onderbraken en andere rondreizigers die zijn werk saboteerden. Hij leefde een voortvluchtig leven.

Het was duidelijk dat het God was die Paulus zo ongelooflijk effectief maakte. De onuitblusbare liefde van Paulus voor Christus was zo groot dat hij dit kon overbrengen aan de mensen om hem heen.

God vond een strikte Farizeeër, een christenhater, een verkleinende onbelangrijke Jood en riep hem om de grootste zendeling en prediker aller tijden te worden. Paulus heeft ook ongeveer de helft van het Nieuwe Testament geschreven door zijn brieven (aan de Romeinen, Korinthiërs, Hebreeën, etc.). Soms doet God het onverwachte, het schijnbaar onmogelijke voor Zijn eigen glorie. Nadat Paulus Jezus had ontmoet, was hij tot het einde trouw aan Christus. Kort voordat hij in Rome werd onthoofd, schreef Paulus: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden.’ (2 Timotheüs 4:7). Hij is een model van succes voor allen die door de eeuwen heen Jezus volgden.

De christenen die verlegen en introvert zijn, zijn soms jaloers op openlijke en extroverte christenen door hun vele relaties met mensen en prestaties. Hoewel extroverte christenen soms zouden willen dat ze de spirituele diepte en het inzicht van het introspectieve hadden. Wat we niet moeten vergeten is dat de kerk van Jezus beide nodig heeft. Wens niet dat God je anders had gemaakt. Je persoonlijkheid is onmisbaar voor het Koninkrijk van God.

Marcus was één van de apostelen van onze Heer Jezus Christus. Hij is de schrijver van één van de Evangeliën van Christus in de Bijbel. Marcus heet eigenlijk Johannes Marcus zoals in handelingen 12:12 staat: ‘Toen dit tot hem was doorgedrongen, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus, waar een groot gezelschap bijeen was gekomen om te ​bidden.’

Na de kruisiging en opstanding van Christus was het huis van Marcus de eerste christelijke kerk. Hier ontvingen de apostelen de Heilige Geest tijdens Pinksteren. Hij ging samen met apostel Paulus op pad nadat Christus al Zijn apostelen erop uitstuurde om het christendom te verspreiden. Zij gingen samen naar Egypte en stichtten daar de kerk van Alexandria, waar Marcus de eerste Paus van werd. Dit moet niet verward worden met de Paus in Rome. Dit is de persoon die bovenaan de rang staat van de kerk van Alexandria. Deze kerk resulteerde naar de zusterkerk van de Armeens Apostolische kerk, namelijk de Koptisch Orthodoxe kerk.

In het jaar 68 na Christus vierden Marcus en de mensen in Alexandria herrijzenis van Christus, Dit viel op dezelfde dag als het feest van een god in het land. Wegens godslastering werd de kerk, waar Marcus en zijn volgelingen de herrijzenis van Christus vierden, aangevallen en werd Marcus opgepakt en gevangengenomen. De dag erna werd hij gemarteld en vermoord. Hierna wilden zij het lichaam van Marcus verbranden, maar dit ging niet door in verband met regen. Daardoor hebben de christenen de buurt de kans gekregen om het lichaam van Marcus mee te nemen en in een geheime plek in de kerk in Boskalis begraven.

De evangelist Lucas is de schrijver van één van de Evangeliën van Christus en van de Handelingen van de apostelen in de Bijbel.

Persoonlijke informatie over het leven van Lucas zelf is weinig te vinden. Volgens de overlevering is Lucas geen geboren Jood geweest. Hij zou in Antiochie (Syrië) van het heidendom bekeerd zijn naar het christendom. Lucas was geen ooggetuige van Jezus, maar hij leefde in de eerste eeuw en onderzocht alles zorgvuldig vanaf het begin.

Het evangelie volgens Lucas is in de jaren 62-63 geschreven onder leiding van de apostel Paulus. In het evangelie is de boodschap van de redding die mogelijk is gemaakt door de Heer Jezus Christus en de prediking van het evangelie van primair belang.

Uit het boek van de Handelingen van de apostelen en de geschriften van Paulus, weten we dat Lucas een metgezel van Paulus was. Hij betrekt zichzelf in enkele van de verhalen in het boek. Verder verwijst Paulus hem in Kolossenzen 4:14 ‘Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u.’. Ook hier leren wij dat Lucas een arts was. Dit blijk uit zijn geschriften. Hier gebruikt hij nauwkeurige medische termen om de aandoeningen van mensen te beschrijven.

Lucas schreef de Handelingen van de Apostelen in Rome rond 62-63 na Christus. Het boek Handelingen, wat een voortzetting is van de vier Evangeliën, spreekt over de werken en de vruchten van de heilige apostelen na de Hemelvaart van onze heer Christus.