Het kruisbeeld is een religieus sieraad dat volgens de orthodox-christelijke traditie alleen gedragen
mag worden door degenen die het doopsel zijn ondergaan. Wanneer de priester tijdens de doop het
water heiligt met het kruis en ditzelfde kruis vervolgens op de borst wordt gedragen, wordt deze
aanraking met het lichaam en het kruis ook heilig. Het kruisbeeld van het doopsel is dus heilig en mag
later niet worden vervangen. Hoewel de wortels van deze traditie niet rechtstreeks in de Bijbel te
vinden zijn, zijn zij diep geïntegreerd in de orthodoxchristelijke gemeenschap. Daarbij speelt het
kruisbeeld de hoofdrol in het debat over de vraag of het dragen van religieuze sieraden gepast dan
wel zondig is. Om een antwoord op deze vraag te vinden, zullen wij ons buigen over de Bijbelse
uitspraken over sieraden en de symboliek van het kruisbeeld.

In de eerste brief van Petrus wordt gezegd: “Uw sieraad moet niet bestaan in iets uiterlijks: het
vlechten van het haar, het dragen van gouden sieraden of het aantrekken van mooie kleren; maar uw
sieraad moet zijn de verborgen mens van het hart, met het overgankelijke sieraad van een
zachtmoedige en stille geest die kostbaar is voor God.” (1 Petrus 3:3-4).

Deze Bijbeltekst onderwijst ons het volgende: de sieraden die wij dragen, zijn niet wat ons tot
christenen maakt. Wij moeten ons niet laten meeslepen door uiterlijk vertoon of door bezittingen,
maar ons concentreren op de toewijding van ons hart aan God. Dit betekent echter niet dat het
dragen van een kruisbeeld zondig is, zolang wij ons uiterlijk vertoon niet boven ons innerlijk stellen.

Bovendien is een kruisbeeld niet zomaar een sieraad. Het symboliseert de dood en verrijzenis van
Jezus, het herinnert ons aan Gods genadegave, maar ook aan het geloof en de belijdenis van iedere
christen die in deze verlossing gelooft. Wanneer wij het kruisbeeld dragen, moeten wij ons dus
afvragen met welke intenties wij dit religieuze sieraad dragen. We kunnen het sieraad onder meer
dragen als een openbaar vertoon van geloof, maar ook als een persoonlijke herinnering aan
toewijding. Wanneer een kruisbeeld, dat één is met de drager, voor dit doel wordt gedragen,
verbindt de drager zich met Christus.

Tot slot speelt de discussie of het kruisbeeld verborgen onder kleding moet worden gedragen of juist
zichtbaar aan de buitenkant. Enerzijds heeft iedere christen de taak om het geloof te verspreiden,
zich daarbij openlijk christen te vertonen en zich niet te schamen voor het zijn van een christen.
Anderzijds moet men het kruis niet dragen met de intentie anderen te laten zien ‘‘hoe goed hij als
christen dan wel niet is’’. Daarbij moet goed gerealiseerd worden dat God ons binnenste ziet; Hij
weet met welke intenties een kruis gedragen wordt, want God is almachtig en alwetend; Amen.

‘‘En God zei: Laat de wereld elk levend schepsel naar zijn soort voortbrengen. Toen zei God: Laten we
de mensheid maken naar ons beeld en gelijkenis.’’ – Genesis 1:24, 26

Eeuwige God, goede en almachtige macht, die op deze dag de aarde beval landdieren voort te
brengen, inclusief kruipende wezens en beesten naar hun soort. Uw goede natuur was pas tevreden
toen u de mens uit stof schiep, naar uw afspiegeling, o Schepper van het universum. U benoemde
hem tot meester en heerser over al uw wezens en spoorde hem aan uw bevel op te volgen. Hij moest
genieten van de goede dingen die U hem vrijelijk gaf.

Ik was begiftigd met het vermogen om te denken om het kwade te ontvluchten en het goede te
kiezen. Maar ik koos gedachteloos voor het kwaad. Maar door mijn wil terzijde te schuiven, hebt u
mij uw goddelijke gelijkenis teruggegeven. Door toewijding aan fysieke behoeften werd ik als de
irrationele dieren. Ik verliet het licht van uw geboden, die u mij gaf zodat ze mijn stappen op het
juiste pad naar de hemelse woningen zouden leiden. Maar ik ging de duisternis in en viel in de
afgrond waar geen uitgang was, de put van het verderf.

Maar jij, o geliefde van de mensheid en verdraagzame, wees niet altijd boos op mij en koester niet
eeuwig wraak. Want ik ben van u vanaf de baarmoeder, en U bent mijn Heer en mijn God. Heb
medelijden met mij, het werk van uw handen, en door uw goddelijke genade uw welwillende beeld
in mij, dat vervormd werd door de zonde. Verlicht de ogen van mijn geest zodat ik mijn richting kan
richten op het pad van uw geboden. Benut mijn aardse verlangens en mijn aanhoudend irrationele
begeerte door de angst voor godsvrucht. Breng mijn ziel in vuur en vlam met uw goddelijke liefde,
zodat ik offers van waardering kan brengen, zoals het uw welwillendheid verheugt. Laat mij niet in de
handen vallen van de vijand van mijn verlossing, die dichterbij komt om mij in de buitenste duisternis
te werpen. Bezoek mij liever door uw medeleven en bevrijd mij.

Vanwege het gewicht van de zonde. O Barmhartige, verhef mij, een veelvuldige zondaar. Geef mij de
kracht om het kwaad af te werpen en om na te denken over de geboden van uw geboden. Ik werd
getroffen door het gif van de onzichtbare draak. Bijgevolg hangt de eeuwige dood voortdurend voor
mijn ogen. Heb medelijden met mij, O Gezegende en Meest Barmhartige. Geef mij het genezende
medicijn van uw door de hemel gezonden gaven, zodat ik mag leven en uw onuitsprekelijke liefde
voor de mensheid kan prijzen, nu en door de eindeloze eeuwen heen. Amen.